C. Risicoprofiel

Intro

DELA hanteert de onderstaande risicocategorieën welke tevens zijn onderkend in Solvency-II. De aanduiding voor de daarbij horende kapitaalseisen zijn tussen haakjes weergegeven:

  • Verzekeringstechnisch risico (SCRvt);
  • Marktrisico (SCRmarkt);
  • Tegenpartij Kredietrisico (SCRtp);
  • Liquiditeitsrisico;
  • Operationeel risico (SCRop);
  • Immateriële vaste activa;
  • Strategisch/ Reputatierisico.

Deze risicocategorieën worden hierna verder toegelicht.

DELA gebruikt voor de kwantificering van de risico’s het standaardmodel onder Solvency-II en vindt dit model passend voor het kwantificeren van haar risico’s. Voor DELA geldt –gezien haar portefeuille van levensverzekeringen- dat het verzekeringstechnisch risico louter het levenrisico omvat.

Identificatie en monitoring van risico’s
De identificatie van risico’s kan plaatsvinden door zowel de 1e lijn als de 2e lijn. De Financial Risk Manager en Operational Risk Manager inventariseren periodiek de risico’s, waarbij ook aandacht wordt besteed aan opkomende risico’s. Onderdeel van de reguliere ORSA is daarnaast de beoordeling en toetsing van het risicoprofiel alsmede de beoordeling van de passendheid van het standaardmodel. In het RCO worden deze bevindingen besproken en gechallenged om tot een sluitend geheel van risico’s te komen.

Risicobereidheid
DELA baseert haar risicobereidheid op de vastgestelde bedrijfsdoelstellingen en de draagkracht.

Risicobereidheid is de mate van risico dat DELA, op basis van haar risicoprofiel, wil lopen om de strategische doelen te behalen passend binnen de draagkracht (risicocapaciteit). Naast de te behalen doelen is borging van de continuïteit van de organisatie essentieel. Risicobereidheid bestaat uit kwalitatieve statements en kwantitatieve statements. De risicobereidheid wordt vertaald in risicolimieten en risicotoleranties om continue monitoring mogelijk te maken.

Het bestuur stelt de risicobereidheid vast op advies van de Financial en Operational Risk Manager. Hieronder valt onder meer ook de vaststelling van de normsolvabiliteit. De directieteams van de ZBO’s vertalen deze vervolgens naar eigen risicolimieten en –toleranties binnen de kaders van het groepsbeleid (op advies van de Financial en Operational Risk Manager). Tot slot stelt het bestuur de risicolimieten en -toleranties definitief vast. Het risicoprofiel en de risicobereidheid worden, na vaststelling door het bestuur, goedgekeurd door de Raad van Commissarissen.

Risicoprofiel
Jaarlijks wordt het risicoprofiel van DELA geëvalueerd.
Met behulp van de ORSA toetsen het bestuur (op groepsniveau) en de directieteams (op ZBO-niveau) enerzijds of het risicoprofiel passend is in het licht van de bedrijfsdoelstellingen en de huidige kapitaalspositie en anderzijds beoordelen zij of DELA bij het vastgestelde beleid ook in moeilijke tijden solvabel blijft. Daarbij wordt een expliciete relatie gelegd tussen het risicoprofiel en de kapitaalspositie.

Risicotoleranties en -limieten
Voor een nadere kwantificering van de risicobereidheid vertalen de directieteams de statements naar operationele risicolimieten en –toleranties en KRI’s. Voor iedere KRI is het gewenste risico, de risicotolerantie en de risicolimiet vastgesteld.

Vereist kapitaal
In de grafiek hieronder is de opbouw van de SCR  voor DELA Coöperatie grafisch weergegeven, waarbij verzekeringstechnisch risico, marktrisico en tegenpartij-kredietrisico bruto worden weergegeven, zonder rekening te houden met het verliescompenserend vermogen van technische voorzieningen. Deze wordt hier separaat getoond.

SCR naar componenten, ultimo 2018

SCR naar componenten, ultimo 2017

Duidelijk is dat de verzekeringstechnische risico’s en de marktrisico’s voor DELA de grootste risico’s zijn. Elk van de risicocategorieën wordt in het vervolg nader toegelicht. Ieder categorie voor zich vormt het 1 in 200 jaar scenario voor de betreffend risicocategorie. In de praktijk zullen deze risico’s zich niet allemaal tegelijkertijd manifesteren. Daarom wordt middels de onder het standaardmodel voorgeschreven correlatiematrix een correctie bepaald: het diversificatie-effect.

Het verliescompenserend vermogen van technische voorzieningen in de vorm van winstdeling (Loss Absorbing Capacity of Technical Provisions = LAC-TP) is voor DELA een belangrijk middel in het beheersen van de risico’s. Dit wordt in paragraaf C.1 nader toegelicht. DELA stuurt haar risico’s op basis van de vereiste kapitalen na aftrek van deze winstdeling.

Het verliescompenserend vermogen van uitgestelde belastingen (Loss Absorbing Capacity of Deferred Taxes = LAC-DT) geeft een afslag op het vereiste kapitaal. De gedachte hierachter is dat een verlies ter grootte van het vereist kapitaal (het 1 in 200 jaar scenario) leidt tot een fiscaal verlies waardoor dit verlies kan worden verrekend met toekomstige winsten. Bedrijfseconomisch gezien houdt dit in dat een gedeelte van het bruto verlies door een verlaging van toekomstige belastingdruk wordt gefinancierd. De Solvency-II-regelgeving stelt strikte eisen aan de onderbouwing van deze LAC-DT. In paragraaf C.7 wordt nader toegelicht hoe DELA hiermee omgaat.

In vergelijking tot de cijfers ultimo 2017 zien we een duidelijke verlaging van de marktrisico’s. Dat komt vooral door de dalingen van de aandelenkoersen in december 2018. De mitigerende werking van de aandelenhedge was daardoor tijdelijk verhoogd en bovendien was per ultimo 2018 de symmetrische aanpassing behorend bij de aandelenschokken negatief. Daarnaast kon de mitigerende werking van de winstdeling beter worden ingeschat door modelverbeteringen en ook dat droeg bij aan een daling van de SCR voor marktrisico’s. In onderstaande grafiek is de opstelling van de netto SCR weergegeven, waarbij in elke risicocategorie het mitigerend effect van de winstdeling is verwerkt. Hierbij is te zien dat ook het netto marktrisico door het winstdelingsbeleid wordt verlaagd.

SCR naar componenten, netto, ultimo 2018

SCR naar componenten, netto, ultimo 2017

In de paragrafen C.1 en C.2 zijn grafieken weergegeven met de opstelling van de netto SCR van verzekeringstechnische risico’s respectievelijk marktrisico’s.

In de grafiek hieronder is de opbouw van de SCR van DELA Coöperatie weergegeven, met als startpunt de SCR van DELA Natura. De grafiek laat alleen de onderdelen zien waarvan de SCR van DELA Coöperatie afwijkt van de SCR van DELA Natura.

SCR naar componenten, netto, verloop van Natura naar Coöperatie, ultimo 2018

SCR naar componenten, netto, verloop van Natura naar Coöperatie, ultimo 2017

In vergelijking met de SCR van DELA Natura worden de volgende elementen van de SCR toegevoegd c.q. gewijzigd:

  • marktrisico: aandelenrisico gerelateerd aan de deelnemingen binnen DELA Coöperatie;
  • marktrisico: vastgoedrisico betreffende de panden van DELA Uitvaartverzorging;
  • het tegenpartij risico is hoger dan dat van DELA Natura;
  • diversificatie-effecten.

De LAC-DT wordt alleen voor de verzekeringsentiteit toegepast.

Stresstesten
DELA stelt jaarlijks de ORSA rapportage op. Daarin worden een aantal stresstesten beschreven die zijn uitgevoerd om de weerbaarheid van de kapitaalpositie te toetsen. De uitgevoerde stresstesten liggen op het terrein van:

  • negatieve ontwikkelingen in rentecurves;
  • marktschokken;
  • reputatieschade gevolgd door dalende portefeuilles;
  • stijging van kosten.

Uit de testen blijkt dat de solvabiliteitspositie robuust is. Slechts in één van de geteste scenario’s ligt de solvabiliteitsratio licht onder de normsolvabiliteit.

Om voorbereid te zijn op overschrijding van interne dan wel wettelijke normen zijn mogelijke managementacties uitgewerkt, zodat deze kunnen worden ingezet om binnen de in het kapitaalmanagementbeleid gestelde termijnen voldoende solvabel te zijn.

C.1. Verzekeringstechnisch risico

Het verzekeringstechnisch risico is het risico dat de omvang en het tijdstip van uitkeringen niet overeenstemmen met de verwachtingen zoals opgenomen in de premiestelling. De belangrijkste zijn daarvan het kortlevenrisico, het onnatuurlijk- vervalrisico en het kostenrisico. De werkelijke ontwikkeling van de verzekeringsportefeuille stemt dan niet overeen met de grondslagen zoals gehanteerd bij de premiebepaling waardoor de opgebouwde technische voorzieningen ontoereikend zijn voor de uitkeringen. Er wordt gebruik gemaakt van risicomitigerende maatregelen om de negatieve effecten op de technische voorzieningen gedeeltelijk te voorkomen dan wel de impact te beperken.

Onder het Solvency-II standaardmodel dient een verzekeraar kapitaal aan te houden om het risico op te kunnen vangen dat de technische voorzieningen hoger zijn dan op grond van haar uitgangspunten werd verwacht.

DELA staat via DELA Natura alleen bloot aan het levensverzekeringsrisico aangezien het alleen levensverzekeringen voert. De portefeuille van DELA Natura bestaat voor een belangrijk deel uit uitvaartverzekeringen. Hierbij worden aparte tarieven voor Nederland en België gebruikt. Deze tarieven zijn gebaseerd op de specifieke kenmerken en uitgangspunten (kosten, vervalpercentages en overlevingstafels) die in het betreffende land passend zijn. Jaarlijks wordt onderzocht of deze uitgangspunten passen bij de ontwikkeling van betreffende portefeuilles. De portefeuilles zijn groot in aantal en omvang. Hierdoor is de kans op schommelingen in de resultaten beperkt.

Daarnaast voert DELA Natura in Nederland en Duitsland een tijdelijke overlijdensrisicoverzekering. De verzekerde kapitalen zijn hierbij aanzienlijk hoger dan bij de uitvaartverzekeringen. Voor deze portefeuille wordt gebruik gemaakt van risicomitigerende maatregelen om de volatiliteit van de resultaten te beperken. Dit gebeurt middels herverzekering. Jaarlijks wordt beoordeeld of het gevoerde herverzekeringsbeleid past bij haar risk appetite.

Tot slot voert DELA Natura in Nederland een vermogensopbouwproduct. Het overlijdensrisico in deze portefeuille is beperkt tot 10% van de opgebouwde waarde.

De verzekeringstechnische risico’s van DELA Coöperatie zijn gelijk aan die van DELA Natura.

DELA maakt géén gebruik van Special Purpose Vehicles.

De componenten van het verzekeringstechnisch risico worden hierna toegelicht.

C.1.1. Kortlevenrisico

Het kortlevenrisico is het risico dat er meer overlijdens plaatsvinden dan verwacht wat leidt tot hoger dan verwachte uitkeringen en daardoor tot een daling van het kernvermogen. Bij het kortlevenrisico worden alleen de verzekeringen in aanmerking genomen welke aan dit risico blootstaan. Voor DELA is dat de gehele verzekeringsportefeuille. Het benodigd kapitaal is gelijk aan de daling van het eigen vermogen als gevolg van een permanente toename van de overlijdenskansen met 15%.

C.1.2. Langlevenrisico

Het langlevenrisico is het risico dat er minder overlijdens plaatsvinden dan verwacht waardoor er juist méér uitkeringen plaatsvinden wat vervolgens leidt tot een daling van het kernvermogen. Bij langlevenrisico worden alleen de verzekeringen in aanmerking genomen die aan dit risico blootstaan. Dit zijn bijvoorbeeld (levenslange) ingegane lijfrentes of tijdelijke verzekeringen met alleen een uitkering op einddatum bij in leven zijn van de verzekerde. Het benodigd kapitaal is gelijk aan de daling van het eigen vermogen als gevolg van een permanente daling van de overlijdenskansen met 20%. Bij het vermogensopbouwproduct van DELA is er enigszins langlevenrisico. De impact op het vermogensopbouwproduct wordt echter als gevolg van de dekkingsgraadafhankelijke winstdeling (zie C.1.10) mede bepaald door het langleven effect op de gehele verzekeringsportefeuille.

C.1.3. Invaliditeitsrisico

Het invaliditeitsrisico is het risico dat er meer arbeidsongeschiktheid voorkomt dan verwacht. Dit kan het gevolg zijn van een hogere kans op het arbeidsongeschikt worden dan verwacht, maar ook van een lagere revalideringskans. Het benodigd kapitaal is gelijk aan de daling van het eigen vermogen als gevolg van een stijging in de kans op arbeidsongeschikt worden van 35% in het eerstvolgende jaar en 25% in de volgende jaren terwijl de revalideringskansen tegelijkertijd met 20% dalen. DELA kent geen producten welke aan het invaliditeitsrisico blootstaan.

C.1.4. Kostenrisico

Het kostenrisico is het risico dat de toekomstige kosten hoger liggen dan verwacht. Het benodigd kapitaal is gelijk aan de daling van het kernvermogen als gevolg van een directe stijging van de kosten van 10% terwijl tegelijkertijd de jaarlijkse kosteninflatie met 1% stijgt.

C.1.5. Onnatuurlijk vervalrisico

Het onnatuurlijk vervalrisico is het risico dat het onnatuurlijk verval (royement, premievrijmaking & afkoop) afwijkt van de verwachtingen en hierdoor leidt tot een daling van het kernvermogen. Al naar gelang het product kan dat door een lager danwel een hoger dan verwachte onnatuurlijk vervalkans zijn. Het benodigd kapitaal is gelijk aan de grootste daling van het eigen vermogen als gevolg van:

  • een stijging van de vervalkansen met 50%;
  • een daling van de vervalkansen met 50%;
  • een massale afkoop op berekeningsdatum van 40% van de verzekeringen.

Per 31-12-2018 is een stijging van de vervalkansen met 50% leidend binnen de portefeuille van DELA.

C.1.6. Catastroferisico

Het catastroferisico is het risico dat door een eenmalige stijging van de sterftekansen de uitkeringshoogte stijgt waardoor vervolgens het kernvermogen daalt. Bijvoorbeeld als gevolg van een pandemie. Het benodigd kapitaal is gelijk aan de daling van het kernvermogen als gevolg van een stijging in de sterftekansen in het eerstkomende jaar met 1,5 promille voor die verzekeringen waar een stijging in overlijdenskansen leidt tot verhoging van de technische voorzieningen. Voor DELA Coöperatie is dat de gehele verzekeringsportefeuille.

C.1.7. Herzieningsrisico

Het herzieningsrisico is het risico dat herziening van de uitkeringstermijn/hoogte leidt tot een lager kernvermogen. DELA kent geen verzekeringen die zijn blootgesteld aan het herzieningsrisico.

C.1.8. Diversificatie-effect verzekeringstechnische risico’s

Hierboven staan alle scenario’s benoemd die onder Solvency-II conform het standaardmodel dienen te worden doorgerekend. Ieder voor zich vormen ze het 1 in 200 jaar scenario voor betreffend risico. In de praktijk zullen deze risico’s zich niet allemaal tegelijkertijd manifesteren. Daarom wordt middels de onder het standaardmodel voorgeschreven correlatiematrix een correctie bepaald, het diversificatie-effect.

C.1.9. Verliescompenserend vermogen van de technische voorzieningen

DELA kent voor haar uitvaartverzekeringen in Nederland een winstdelingsregeling die afhankelijk is van haar actuele economische positie. Dit wordt uitgedrukt in de dekkingsgraad: de waarde van de in aanmerking komende beleggingen, uitgedrukt in een percentage van de waarde van de verplichtingen. Deze laatste wordt in dit kader bepaald zonder rekening te houden met toekomstige indexatie en zonder de waarde van opties. Indien de dekkingsgraad gelijk is aan of boven de 225% ligt dan keert de verzekeraar volledige winst uit op de in aanmerking komende uitvaartkostenverzekeringen in de vorm van een beperking van de jaarlijkse premiestijging. Indien de dekkingsgraad gelijk is aan of beneden de 125% ligt dan is er geen ruimte voor winstdeling. Tussen deze grenswaarden wordt er proportioneel winstdeling toegekend.

Als één van schokken zoals genoemd in de voorgaande paragrafen optreedt, heeft dat gevolgen voor de actuele economische positie van DELA en daarmee dus op de dekkingsgraad. Dit houdt in dat de kans op winstdeling in een schokscenario zal dalen, waardoor ook de waarde van die winstdeling zal dalen. Met andere woorden, de technische voorziening voor de winstdeling zal in waarde dalen zodra zich een schok voordoet. Hierdoor wordt de negatieve impact van de schok op het kernvermogen deels verkleind. Dit wordt het verliescompenserend vermogen van de technische voorzieningen genoemd.

C.1.10. Risicobeperkende maatregelen

DELA maakt gebruik van risicobeperkende maatregelen om de negatieve gevolgen van afwijkingen ten opzichte van de verwachtingen zoveel mogelijk te beperken. Onder deze maatregelen worden geschaard:

  • medische acceptatie: deze is er op gericht om de risico’s op individuele basis goed te prijzen en eventueel risico’s uit te sluiten. Gezien de aard van de aangeboden verzekeringen gaat het hierbij om het beoordelen van de gezondheid van de potentiële verzekerde(n);
  • schadeafhandeling: deze is er op gericht de schadeafhandeling soepel, kostenefficiënt en gecontroleerd te laten verlopen. Hierbij wordt standaard gekeken naar de uitkeringsoorzaak en eventueel mogelijke verzwijgingen tijdens de aanvraag;
  • herverzekering: dit wordt nader toegelicht in C.3.3;
  • kostencontrole / begroting en kostenanalyse: de kosten worden jaarlijks in de begroting op kostenplaatsniveau ingeschat. Op maandbasis worden de actuele kostenontwikkelingen gerapporteerd en vergeleken met de begroting. Verschillen worden geanalyseerd en eventuele bijsturingsmaatregelen worden onderzocht;
  • dekkingsgraadafhankelijke winstdeling: zie ook verliescompenserend vermogen van de technische voorzieningen (C.1.9) voor een verdere toelichting;
  • de zogenoemde premiemaatregel voor de Nederlandse uitvaartverzekeringen. Als de gemiddelde 20-jaars rekenrente over de periode van april van het voorgaande jaar t/m maart van het boekjaar lager is dan 1%, wordt automatisch de premie vanaf het eerstvolgende jaar structureel verhoogt met het verschil tussen dat 12-maands gemiddelde en 1%. Dit gebeurt echter alleen indien de gemiddelde dekkingsgraad lager is dan 125%. Wanneer de gemiddelde dekkingsgraad 110% is of lager, geldt nog een additionele premieverhoging. Door de premiemaatregel wordt het effect van een lage rente deels gecompenseerd.

C.1.11. Vereist kapitaal verzekeringstechnische risico’s

Bij de scenarioberekeningen voor het bepalen van het benodigd kapitaal wordt –conform Solvency-II-regelgeving- de wijziging van de risicomarge buiten beschouwing gelaten.

In de navolgende tabel zijn de verzekeringstechnische risico’s ná herverzekering opgenomen voor zover deze op DELA van toepassing zijn. Hierbij zijn 3 kolommen opgenomen te weten “Blootstelling”, “Bruto” en “Netto”. De kolom “Blootstelling” laat zien welk deel van de totale Best Estimate blootstaat aan betreffend risico. Omdat indirect via het verliescompenserende effect van de technische voorzieningen de volledige best estimate gevoelig is voor de schok staat hier steeds de volledige Best Estimate. Assets zijn niet afhankelijk van de verzekeringstechnische schokken.

De kolom “Bruto” laat het vereist kapitaal zien wanneer er géén rekening wordt gehouden met het verliescompenserend- effect van de technische voorzieningen. De kolom “Netto” laat het vereist kapitaal zien waarbij hier wel rekening mee wordt gehouden. In de meest rechtse kolommen zijn de vergelijkende cijfers 2017 weergegeven.

Verzekeringtechnisch risico

Na herverzekering, bedragen x € 1.000

Verzekeringtechnisch risico
    31-12-2018     31-12-2017  
             
  Blootstelling Bruto Netto Blootstelling Bruto Netto
Kortlevenrisico 3.466.884  333.412  141.208  3.370.788  324.536  143.490 
Langlevenrisico 3.466.884  ‑  534  3.370.788  ‑  ‑ 
Onnatuurlijk vervalrisico 3.466.884  207.125  114.473  3.370.788  106.111  99.567 
Kostenrisico 3.466.884  538.332  59.305  3.370.788  450.148  45.716 
Catastroferisico 3.466.884  52.720  39.112  3.370.788  31.746  31.396 
Diversificatie binnen verzekeringstechnisch risico   ‑309.197  ‑119.610    ‑237.993  ‑105.825 
SCRvt - vereist kapitaal   822.393  235.022    674.548  214.345 

We zien hierbij dat het verliescompenserend vermogen van technische voorzieningen een sterk dempend effect heeft op het vereiste kapitaal. Met name in het kostenscenario en het kortlevenscenario heeft dit een duidelijk effect. Dit wordt veroorzaakt omdat het structureel stijgen van de kosten/overlijdensuitkeringen in belangrijke mate wordt gecompenseerd door de lagere winstdeling en toename van de waarde van de premiemaatregel.

De tabel laat ook zien dat de verzekeringstechnische risico’s zijn toegenomen en dat komt doordat in 2018 de rente is gedaald. Daardoor is de contante waarde van de kasstromen gestegen.

In navolgende grafiek is de opbouw van het netto verzekeringstechnisch risico grafisch weergegeven. In de 2017 opstelling werd het langlevenrisico nog niet meegenomen gezien de beperkte grootte van de betrokken portefeuille.

Verzekeringtechnisch risico DELA Coöperatie, ultimo 2018

Verzekeringtechnisch risico DELA Coöperatie, ultimo 2017

C.2. Marktrisico

Het marktrisico is het risico op mogelijke verliezen door ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten. De waarde van de beleggingen en de waarde van de verplichtingen hangen af van de ontwikkelingen op de financiële markten, de samenstelling van de beleggingsportefeuille en de kenmerken van de verzekeringsverplichtingen.

DELA hanteert met betrekking tot haar beleggingsbeleid het prudent person principe. In paragraaf D staan op de activazijde van de balans de beleggingen waarop dit van toepassing is. Elke drie jaar wordt een ALM-studie uitgevoerd. De meest recente was in 2017. De resultaten van deze ALM-studie gaven geen directe aanleiding tot een aanpassing van de beleggingsmix en tonen daarmee aan dat de dat de beleggingen aansluiten bij de verplichtingen. Tevens heeft de ALM-studie waardevolle input geleverd voor de evaluatie van de risicobereidheid.

De componenten van het marktrisico worden hierna toegelicht.

C.2.1. Renterisico

Het renterisico is het risico dat de rentetermijnstructuur wijzigt. Dit heeft zowel gevolgen op de waardering van de rentedragende assets als op de waardering van de technische voorzieningen. Deze waarderingseffecten hebben effect op het kernvermogen. Om het benodigd kapitaal te bepalen worden de waarderingen bepaald op een verlaagde, maar ook op een verhoogde curve. De toe te passen verlaging c.q. verhoging is hierbij vastgelegd binnen de Solvency-II-regelgeving. Om een keuze te maken tussen het opwaartse of neerwaartse scenario wordt gekeken welk scenario de grootste impact heeft in de netto omgeving, dus met medeneming van het verliescompenserend effect van technische voorzieningen.

De impact van het opwaartse en neerwaartse scenario is mede afhankelijk van de absolute hoogte van de RTS in het basis-scenario. EIOPA verstrekt de RTS per valutasoort. DELA bezit een substantiële portefeuille vastrentende waarden genoteerd in vreemde valuta. Voor zover de RTS bij betreffende valuta evenals bij de euro op een laag niveau ligt, zal de impact van de renteschokken nauwelijks afwijken van de schokken in euro’s; de impact van de renteschokken zal dan immers toch op opwaartse schok van 100 basispunten zijn gebaseerd. Bij valuta waar de RTS op een hoger niveau ligt, is er wel een materieel effect in vergelijking met de euro zichtbaar. DELA heeft voor de valuta waarin zij een materiële positie heeft en welke een RTS in het basisscenario hebben die substantieel hoger ligt dan de RTS in euro, een berekening doorgevoerd gebaseerd op die afwijkende RTS en corresponderende schokken.

In onderstaande tabel worden de resultaten van de schokken op de rentetermijnstructuur weergegeven. Het totale effect bestaat uit de waardeverandering in de rentedragende assets verhoogd met de waardeveranderingen in de verzekeringstechnische voorzieningen. In de onderstaande tabel is de blootstelling van de assets weergegeven. De gehele technische voorzieningen zijn direct, maar ook via de winstdeling gevoelig voor de renteschokken.

Renterisico

Na herverzekering, bedragen x € 1.000

Renterisico
    31-12-2018     31-12-2017  
             
  Blootstelling Bruto Netto Blootstelling Bruto Netto
SCR renterisico - opwaarts scenario 2.061.031  ‑  ‑  2.184.900  20.111  ‑ 
SCR renterisico - neerwaarts scenario 2.061.031  ‑  ‑  2.184.900  ‑  ‑ 
SCR renterisico - vereist kapitaal ‑  ‑  ‑  ‑  20.111  ‑ 

De mitigerende werking van de premiemaatregel en het winstdelingsbeleid zorgen er per saldo voor dat DELA in de huidige omstandigheden nauwelijks gevoelig is voor de renteschommelingen in de markt.

C.2.2. Aandelenrisico

Het aandelenrisico is het risico dat de aandelenkoersen wijzigen waardoor er een verlaging van het kernvermogen plaatsvindt. Hierbij worden ook risicomitigerende maatregelen zoals eventuele aandelenderivaten meegenomen. DELA heeft sinds 2017 een hedge ter bescherming tegen koersdalingen groter dan 20%. In paragraaf A.3.6 wordt dit nader toegelicht. De aandelenportefeuille wordt verdeeld in twee types aandelen:

  • Type 1: Beursgenoteerde beleggingen in aandelen in gereglementeerde markten in landen die lid zijn van de European Economic Area of de OESO;
  • Type 2: Overige aandelen: onder te verdelen in infrastructuur, strategische deelnemingen en overige type 2 aandelen.

Het benodigd kapitaal is gelijk aan de daling van het kernvermogen als gevolg van een schok (daling) in de aandelenkoersen. De hoogte van de schokken die moet worden toegepast is voorgeschreven in de Solvency-II-regelgeving. Deze schok bestaat uit een basisschok (Type 1: 39%; Type 2 infrastructuur: 30% of 36%; Type 2 strategische deelnemingen: 22%; Type 2 overig: 49%) verhoogd met de door EIOPA maandelijks gepubliceerde symmetrische aanpassing (2018: -6,34%; 2017: +1,9%).

C.2.2.1. Overgangsmaatregel

DELA maakt met ingang van jaareinde 2017 geen gebruik meer van de overgangsmaatregel aandelenrisico.

C.2.2.2. Strategische deelnemingen

Voor strategische deelnemingen geldt een aandelenschok van 22%. De deelnemingen in DELA Holding, DELA Holding Belgium en DELA Depositofonds worden door DELA Coöperatie als strategische deelnemingen aangemerkt. Er is getoetst of deze deelnemingen voldoen aan de voorwaarden van artikel 171 van de Gedelegeerde Verordening. De conclusie is dat dit het geval is.

C.2.2.3. Samenstelling van de aandelenportefeuille

Onderstaande grafieken laten de samenstelling van de aandelenportefeuille naar sectoren en regio’s zien. Hierbij zijn de beleggingen in fondsen meegenomen. De totale waarde exclusief strategische deelnemingen (ad € 12 miljoen) bedraagt ultimo 2018 € 1.965 miljoen (2017: € 2.194 miljoen). De aandelenposities exclusief strategische deelnemingen van DELA Coöperatie zijn gelijk aan die van DELA Natura; andere entiteiten bezitten geen aandelenposities.

Uit de navolgende grafieken wordt duidelijk dat het aandelen risico goed gediversificeerd is naar sectoren en regio’s. DELA belegt een beperkt deel van haar portefeuille in emerging markets.

Daarnaast zijn de aandelenposities over de gehele wereld gespreid, zoals uit onderstaande grafiek blijkt:

In 2017 is een start gemaakt met het beleggen in infrastructurele fondsen (ultimo 2018: € 40,6 miljoen belegd vermogen). In de komende jaren zullen beleggingen in infrastructuur verder worden uitgebouwd.

Het totale volume van de aandelenportefeuille is met 10% gedaald, voornamelijk door koersdalingen eind 2018.

C.2.3. Vastgoedrisico

Het vastgoedrisico is het risico dat de vastgoedprijzen dalen waardoor er een verlaging van het kernvermogen plaatsvindt. Het benodigd kapitaal is gelijk aan de daling van het kernvermogen als gevolg van een schok (daling) van de waarde van de vastgoedbeleggingen. De vastgoedschok bedraagt conform Solvency-II-regelgeving 25%.

De vastgoedportefeuille bevat zowel direct vastgoed als beleggingen in vastgoedfondsen. In navolgende grafiek is de portefeuille opgedeeld naar de verschillende soorten vastgoed die DELA Coöperatie in deze portefeuille heeft. De samenstelling is gedurende 2018 toegenomen. Het aandeel woningen is middels uitbreiding van de participatie in Amvest NV gestegen. Daarnaast is er geïnvesteerd in Crematoria.

De waarde van de vastgoedportefeuille bedroeg per ultimo 2018 € 1.538 miljoen (2017: € 1.347 miljoen), een stijging van 14%. De stijging is het gevolg van de genoemde transacties en waardestijgingen van het vastgoed.

C.2.4. Spreadrisico

Het spreadrisico is het risico dat de creditspreads op vastrentende waarden stijgen. Door deze stijging daalt de waarde van de vastrentende portefeuille. Voor dit risico dient kapitaal aangehouden te worden. De vastrentende waarden worden uitgesplitst in:

  • obligaties en leningen (in verschillende varianten);
  • securitisaties;
  • krediet derivaten die niet bedoeld zijn voor hedging doeleinden.

Binnen de voorgeschreven categorisering beschikt DELA alleen over overheidsobligaties en bedrijfsobligaties. Overige producten zijn niet van toepassing.

Het benodigd kapitaal is gelijk aan de daling van het kernvermogen als gevolg van een stijging van de creditspreads. Hiertoe wordt de impact van de gewijzigde creditspread bepaald op het niveau van de individuele obligaties. Deze impact is afhankelijk van het soort obligatie, de marktwaarde, de modified duration en de rating van betreffende obligatie.

In onderstaande grafiek worden de blootstellingen aan vastrentende waarden verdeeld naar sectoren en binnen die sectoren naar rating. De totale blootstelling aan vastrentende waarden bedraagt € 1.736 miljoen (2017: € 1.851 miljoen). Dit komt neer op een daling van 6% en dat is het gevolg van desinvesteringen en waardedalingen.

DELA maakt gebruik van de “second best rating”. Hierbij wordt gekeken naar de ratings van de grotere rating-agencies, indien er tenminste twee ratings zijn voor een belegging wordt degene genomen die op een na hoogst is. Dit is conform Solvency-II richtlijnen.

In onderstaande grafiek wordt de verdeling naar regio’s weergegeven. Deze is ten opzichte van 2017 nauwelijks veranderd. Aangezien blootstellingen niet noodzakelijkerwijs in lokale valuta zijn, kan hier geen conclusie uit worden getrokken betreffende de verdeling naar valuta.

C.2.5. Valutarisico

Valutarisico is het risico dat ontstaat door veranderingen in de volatiliteit en de hoogte van wisselkoersen. Het valutarisico is van toepassing op alle beleggingen in vreemde valuta. Voor dit valutarisico dient kapitaal aangehouden te worden. Bij de bepaling van dit kapitaal wordt gekeken naar het kapitaalvereiste voor een opwaartse valutaschok en het kapitaalvereiste voor een neerwaartse valutaschok. De schok die het meest nadelige effect heeft op de financiële positie is bepalend voor de hoogte van het kapitaalvereiste.

Voor vreemde valuta die niet gekoppeld zijn aan de euro wordt een opwaartse valutaschok van 25% en een neerwaartse valutaschok van -25% gehanteerd. Voor vreemde valuta die gekoppeld zijn aan de euro, worden lagere schokken gehanteerd, conform Solvency-II-regelgeving.

DELA gebruikt valutaderivaten om haar exposure voor het valutarisico te beperken. Het valutarisico binnen de portefeuille vastrentende waarden is in principe 100% afgedekt, waarbij alleen een uitzondering wordt gemaakt voor valuta (opkomende markten) waarbij hedging een groot deel van het verwacht rendement zou wegnemen. Dit risico wordt dus bewust genomen. Binnen de aandelenportefeuille wordt een gedeelte van het valutarisico bewust geaccepteerd omdat een goed gespreide valutaportefeuille hier werkt als extra diversificatie. Uiteindelijk wordt 70% gehedged, uit onderzoek blijkt dat het meest optimaal hedgepercentage te zijn. Bij dit percentage worden de valutarisico’s in belangrijke mate gereduceerd terwijl er tegelijkertijd voldoende mogelijkheden resteren om met het niet afgedekte deel risico’s te diversificeren. Ook hier vindt hedging alleen plaats als het om significante posities gaat (zijnde boven de 1% van de totale assetmix) en worden de valuta in opkomende markten niet gehedged.

De hedge voldoet aan de voorwaarden zoals Solvency-II deze stelt en kan derhalve mee worden genomen in de berekeningen voor het benodigde kapitaal. De hedge wordt elke 3 maanden afgewikkeld en doorgerold op basis van de actuele beleggingsposities en de contractueel vastgestelde limieten. Er wordt een bandbreedte van +/- 3% gehanteerd voor de hedges van de vastrentende waarde en 5% voor de hedges van de aandelen. Alleen indien de hedgepositie buiten de bandbreedte komt, wordt de hedge tussentijds binnen 5 werkdagen na over- dan wel onderschrijding aangepast.

DELA heeft alleen verzekeringsverplichtingen luidend in euro, derhalve is er geen directe valutaexposure voor de verzekeringstechnische verplichtingen. Door de winstdeling is er indirect wel exposure voor het valutarisico.

In onderstaande tabel worden de valuta met de hoogste netto-exposures op de assetzijde getoond. Vanaf 2018 wordt de valutapositie voor de Hong Kong dollar niet meer afgedekt.

 

Valutarisico

Bedragen x € 1 miljoen

Valutarisico
31-12-2018          
           
  Assets Hedge Netto blootstelling    
USD 1.434 1.141 293    
HKD 140 ‑  140    
KRW 67 ‑  67    
JPY 218 152 65    
BRL 58 ‑  58    
GBP 262 211 51    
SAR 38 ‑  38    
NTD 37 ‑  37    
CAD 72 38 34    
MXN 34 ‑  34    
Overig 536 180 356    
Totaal 2.896 1.723 1.173    
31-12-2017          
           
  Assets Hedge Netto blootstelling    
USD 1.667 1.290 377    
HKD 145 20 125    
JPY 226 159 68    
BRL 63 ‑  63    
GBP 268 206 62    
ZAR 43 ‑  43    
MXN 36 ‑  36    
TRY 42 ‑  42    
PLN 33 ‑  33    
IDR 32 ‑  32    
Overig 666 364 303    
Totaal 3.222 2.038 1.184    

C.2.6. Concentratierisico

Het concentratierisico is het risico dat de beleggingen onvoldoende gespreid zijn, waardoor de gevoeligheid voor een bepaalde specifieke belegging te groot is. Voor de bepaling van het benodigde kapitaal voor het concentratierisico wordt gekeken naar de beleggingen die vallen onder het aandelenrisico, het spreadrisico en het vastgoedrisico. Beleggingen die vallen onder het tegenpartijrisico, worden bij de bepaling van het concentratierisico niet meegenomen.

Binnen de Stuurgroep Beleggingen wordt in het kader van het opstellen / periodiek herijken van de strategische beleggingsmix aandacht besteedt aan de actuele en toekomstige liquiditeitspositie. De actuele liquiditeitspositie wordt gemonitord door de businesscontroller beleggingen. Per ultimo 2018 was er geen concentratierisico op de balans van DELA Coöperatie aanwezig.

Ook voor verzekeringstechnische risico’s en tegenpartij-kredietrisico kan er in principe sprake zijn van concentratierisico’s. Gezien de aard van de verzekeringsdekkingen van DELA (grotendeels uitvaartverzekeringen, blootstelling risicoverzekering is maximaal € 300.000 per verzekerde) en van de tegenpartijen (hypotheekgevers, herverzekeraars, tussenpersonen) is op die gebieden geen sprake van onvoldoende spreiding.

C.2.7. Diversificatie-effect marktrisico’s

Hierboven staan alle scenario’s benoemd welke onder Solvency-II conform het standaardmodel dienen te worden doorgerekend. Ieder voor zich vormen ze het 1 in 200 jaar scenario voor het betreffende risico. In de praktijk zullen deze risico’s zich niet allemaal tegelijkertijd manifesteren. Daarom wordt middels de onder het standaardmodel voorgeschreven correlatiematrix voor marktrisico’s een correctie bepaald, het diversificatie-effect.

C.2.8. Risicobeperkende maatregelen

DELA Coöperatie maakt gebruik van risicobeperkende maatregelen om de negatieve gevolgen van economische omstandigheden zoveel mogelijk te beperken. Onder deze maatregelen, welke deels ook al ten behoeve van verzekeringstechnische risicobeperking in paragraaf C.1.10 zijn beschreven, worden geschaard:

  • dekkingsgraadafhankelijke winstdeling, zie ook verliescompenserend effect van de technische voorzieningen voor een verdere toelichting;
  • premiemaatregel, zie ook paragraaf C.1.10 voor een verdere toelichting;
  • afdekking van het valutarisico, zie ook paragraaf C.2.5 voor een verdere toelichting;
  • afdekking van het aandelenrisico, zie ook paragraaf C.2.2 voor een verdere toelichting.
    DELA Coöperatie heeft vanaf 2017 het risico op extreme schommelingen in de aandelenkoersen beperkt door het aangaan van een aandelen-tailrisk-hedge.

C.2.9. Vereist kapitaal marktrisico’s

In de navolgende tabel zijn de marktrisico’s ná herverzekering opgenomen van DELA Coöperatie. Hierbij zijn 3 kolommen opgenomen te weten “Blootstelling”, “Bruto” en “Netto”. De kolom “Blootstelling” laat zien welk deel van de totale beleggingen blootstaat aan betreffend marktrisico. De technische voorzieningen zijn via de winstdeling wederom volledig gevoelig voor alle marktschokken.

De kolom “Bruto” laat het vereist kapitaal zien wanneer er géén rekening wordt gehouden met het verliescompenserend effect van de technische voorzieningen. De kolom “Netto” laat het vereist kapitaal zien waarbij hier wel rekening mee wordt gehouden.

Marktrisico

Na herverzekering, bedragen x € 1 miljoen

Marktrisico
Omschrijving   31-12-2018     31-12-2017  
             
  Blootstelling Bruto Netto Blootstelling Bruto Netto
Renterisico 2.061.031 ‑  ‑  2.184.900 20.111 ‑ 
Aandelenrisico 2.017.515 311.369 123.777 2.270.415 644.613 304.305
Vastgoedrisico 1.534.488 347.069 119.532 1.349.997 309.764 123.560
Spreadrisico 1.736.273 189.933 91.222 1.851.293 197.895 106.439
Valutarisico 2.902.439 258.474 105.349 3.221.706 261.750 126.964
Concentratierisico ‑  ‑  ‑  ‑  ‑  ‑ 
Diversificatie marktrisico ‑  ‑242.750 ‑98.290 ‑  ‑282.977 ‑125.196
SCRmarkt - vereist kapitaal   864.095 341.590   1.151.156 536.072

In de navolgende grafiek is de opbouw van het netto marktrisico grafisch weergegeven.

Marktrisico DELA Coöperatie, ultimo 2018

Marktrisico DELA Coöperatie, ultimo 2017

De grafiek laat zien dat het netto marktrisico wordt gedomineerd door het aandelenrisico, ondanks dat deze in 2018 significant is gedaald als gevolg van de koersdalingen én de negatieve symmetrische aanpassing. Door het winstdelingsbeleid en met name de premiemaatregel is het renterisico nagenoeg geheel gemitigeerd. Gezien de langlopende aard van de verplichtingen en de strategische assetmix is dit conform verwachtingen.

In de grafiek hieronder is de opbouw van de SCR voor het marktrisico van DELA Coöperatie weergegeven, met als startpunt de SCR voor marktrisico van DELA Natura. De grafiek laat alleen de onderdelen zien waarvan deze SCR van DELA Coöperatie afwijkt van de SCR van DELA Natura.

Marktrisico, verloop van DELA Natura naar DELA Coöperatie, ultimo 2018

Marktrisico, verloop van DELA Natura naar DELA Coöperatie, ultimo 2017

In vergelijking met de SCR van DELA Natura worden de volgende elementen van de SCR toegevoegd c.q. gewijzigd:

  • aandelenrisico gerelateerd aan de deelnemingen binnen DELA Coöperatie;
  • vastgoedrisico betreffende de panden van DELA Uitvaartverzorging.

C.3. Kredietrisico

Kredietrisico (ook wel: tegenpartij-kredietrisico) is het risico dat verliezen optreden door een onverwacht in gebreke blijven of een onverwachte verslechtering van de kredietwaardigheid van de tegenpartijen en debiteuren van een verzekeraar. Beleggingen die vallen onder spreadrisico worden niet meegenomen bij de bepaling van het kredietrisico.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen Type 1 kredietrisico en Type 2 kredietrisico.

Blootstelling van Type 1 betreft:

  • risicolimiteringsovereenkomsten zoals herverzekeringsovereenkomsten, verzekeringssecuritisaties en derivaten;
  • kasmiddelen;
  • deposito’s bij cederende ondernemingen als het aantal singlename blootstellingen niet meer dan 15 bedraagt;
  • ontvangen toezeggingen die opgevraagd maar niet-gestort zijn als het aantal singlename blootstellingen niet meer dan 15 bedraagt;
  • garanties en kredietbrieven.

Blootstellingen van Type 2 bestaan uit alle kredietblootstellingen die niet vallen onder spreadrisico en die geen blootstelling van Type 1 zijn, inclusief het volgende:

  • vorderingen op intermediairs;
  • debiteuren;
  • hypotheekleningen;
  • deposito’s bij cederende ondernemingen als het aantal singlename blootstellingen meer dan 15 bedraagt;
  • ontvangen toezeggingen die opgevraagd maar niet-gestort zijn als het aantal singlename blootstellingen meer dan 15 bedraagt.

In de onderstaande tabel zijn de kredietrisico’s ná herverzekering opgenomen voor zover deze op DELA Coöperatie van toepassing zijn.

Kredietrisico

Bedragen x € 1.000

Kredietrisico
  31-12-2018 31-12-2017      
           
Type I 34.705 35.834      
Type II 17.544 19.329      
Diversificatie ‑2.999 ‑3.234      
SCRtp - vereist kapitaal 49.250 51.929      

C.3.1. Hypotheken

DELA verstrekt via DELA Hypotheken B.V. sinds enkele jaren hypotheken. DELA heeft een bovengrens gesteld ten aanzien van de maximale exposure op hypotheken. De portefeuille beperkt zich tot hypotheken welke onder de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) zijn afgegeven. Hierdoor is het kredietrisico beperkt. Ultimo 2018 staat voor € 281 miljoen nominale waarde (2017: € 282 miljoen) aan hypotheken uit. Er heeft tot op heden slechts een beperkte (gedeeltelijke) afwaardering van een hypotheek plaatsgevonden.

C.3.2. Derivaten

DELA bezit derivaten in het kader van haar valutahedge en haar aandelen-tailrisk-hedge. Doel van deze derivaten is het gedeeltelijk afdekken van het valutarisico (valutahedge) dan wel het risico op sterke aandelenschokken. De 3-maandelijkse (valuta) respectievelijk 6-maandelijkse (aandelen) doorrol van de derivatenposities is in contracten met de uitvoerende partijen vastgelegd, waarbij telkens de actuele balansposities als uitgangspunt dienen. De periodieke doorrol dient om de uitstaande financiële posities te beperken én om de hedge periodiek aan te kunnen passen naar de actuele valutaposities dan wel aandelenposities. Zie ook C.2.2 en C.2.5.

Conform Solvency-II-regelgeving wordt bij de berekening van het tegenpartijrisico op derivaten ook het risicolimiteringseffect meegenomen.

De derivatenstrategie wordt binnen de Stuurgroep Beleggingen gemonitord.

C.3.3. Herverzekering

DELA heeft een deel van haar portefeuille herverzekerd. Het betreft hier een tweetal portefeuilles:

  • een oude portefeuille in run-off;
  • de portefeuille “tijdelijke overlijdensrisicoverzekering tegen premiebetaling” in Nederland en Duitsland.

Het betreft hier 2 herverzekeraars welke steeds één van bovenstaande portefeuilles deels herverzekeren.

Beide herverzekeraars hebben op balansdatum een kredietkwaliteitscategorie 1. Conform Solvency-II-regelgeving wordt bij de berekening van het tegenpartijrisico op herverzekeraars ook het risicolimiteringseffect meegenomen. Het herverzekeringsbeleid wordt eens per drie jaar geëvalueerd op effectiviteit en doeltreffendheid waarna noodzakelijke/gewenste wijzigingen in het nieuwe beleid worden opgenomen.

C.3.4. Securities lending

DELA heeft met ingang van 2016 ook een portefeuille “securities lending”. Dit houdt in dat aandelen en obligaties tijdelijk worden uitgeleend tegen een vergoeding. DELA blijft hierbij economisch eigenaar. De onderliggende aandelen blijven op de balans staan en worden in de reguliere marktschokken meegenomen. Er ontstaat in de basis een kredietrisico, immers de tegenpartij dient na afloop van de uitleenperiode de aandelen terug te geven. Dit risico wordt gemitigeerd door enerzijds stringente eisen te stellen aan de partijen waaraan wordt uitgeleend, anderzijds door een sterk onderpand te eisen met minimaal dezelfde waarde als de uitgeleende aandelen. De custodian draagt zorg voor deze transacties. Indien een partij haar afspraken niet nakomt, is DELA gerechtigd het onderpand te gelde te maken. Het onderpand voldoet aan de eisen zoals gesteld in artikel 214 van de uitvoeringsmaatregelen. Conform richtsnoer 8 uit de omgang met markt- en tegenpartijrisico’s in de standaardformule wordt deze positie meegenomen bij de bepaling van het kredietrisico.

Securities lending

Bedragen x € 1.000

Securities lending
  31-12-2018 31-12-2017      
           
Uitgeleende securities 194.832  250.249       
Onderpand 202.740  259.722       
Ratio afdekking 104,1% 103,8%      

C.4. Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico is het risico dat DELA op enig moment niet aan haar financiële verplichtingen jegens polishouders of andere crediteuren kan voldoen omdat activa niet snel genoeg verhandeld kunnen worden. Liquiditeitsrisico wordt binnen Solvency-II niet in een kapitaalseis (SCR) uitgedrukt en wordt derhalve hier kwalitatief besproken.

DELA dient voldoende liquiditeiten ter beschikking te hebben om claims uit te kunnen betalen die voortvloeien uit de gesloten verzekeringsovereenkomsten, maar ook om de overige jaarlijkse lasten te kunnen betalen. Er wordt gebruik gemaakt van meerdere banken om over meerdere kredietfaciliteiten te kunnen beschikken. Daarnaast heeft DELA ook kredietfaciliteiten bij de custodian van de aandelen en obligaties.

De verzekeringstechnische verplichtingen hebben een zeer lange looptijd en de komende jaren zal er naar verwachting nog een grote netto instroom van gelden plaatsvinden. Stresstesten hebben uitgewezen dat een belang tot maximaal 50% aan illiquide beleggingen binnen de strategische assetmix acceptabel is. Tevens is er een ondergrens van 5% van de gehele portefeuille aan staatsobligaties met een hoge rating.

Binnen de Stuurgroep Beleggingen wordt in het kader van het opstellen / periodiek herijken van de strategische beleggingsmix aandacht besteed aan de actuele en toekomstige liquiditeitspositie. De actuele liquiditeitspositie wordt tweewekelijks gemonitord door de businesscontroller beleggingen. DELA heeft als risk appetite dat tenminste 50% van de beleggingen liquide zijn, waarmee is gewaarborgd dat ten allen tijde aan de liquide verplichtingen kan worden voldaan.

De inkomstenstroom is verspreid over een groot aantal tegenpartijen. Het werkkapitaal (kortlopende vorderingen alsmede liquide middelen minus kortlopende schulden) bedraagt per eind 2018 € 707 miljoen (2017: € 511 miljoen).

Ultimo 2018 beschikte DELA onder andere over kasgeld en aanverwante middelen, liquide staatsobligaties alsmede over overige obligaties en aandelen. Mocht de inkomende kasstroom uit premies, renteontvangsten en aflossingen op enig moment onvoldoende zijn om de uitgaande kasstroom te financieren dan zijn er binnen de portefeuille voldoende liquide beleggingen aanwezig om aan de verplichtingen te kunnen voldoen.

De hypothekenportefeuille, vastgoedportefeuille en infrastructuurbeleggingen worden niet onder de liquide beleggingen gerekend.

Op basis van de portefeuille per ultimo 2018 zijn de volgende kasstromen te verwachten. Bij de kasstromen vanuit verzekeringsverplichtingen is géén rekening gehouden met winstdeling en/of premiemaatregel effecten, louter de kasstroom vanuit te verwachten premies en verwachte uitkeringen (na herverzekering) is hier weergegeven. De kasstromen zijn opgesteld op basis van de reële gegarandeerde verplichtingen, de kapitaalstijgingen alsmede de premiestijgingen uit hoofde van de uitvaartkosteninflatie zijn dus opgenomen.

Voor de kasstromen uit beleggingen is alleen rekening gehouden met actuele stand van rentebetalingen en aflossingen op vastrentende waarden, met andere woorden niet met huuropbrengsten vastgoed, aandelendividenden en dergelijke.

Liquiditeitsrisico - kapitaalbehoefte

Bedragen x € 1.000

Liquiditeitsrisico - kapitaalbehoefte
  Jaar 1 Jaar 2 tm 5 Jaar 6 tm 10 Jaar 11 tm 20 Jaar 21 tm 30 > Jaar 30
2018            
Kasstromen vastrentende waarden 257.255 913.569 915.230 443.433 208.616 245.189
Verzekeringstechnische verplichtingen 152.994 411.206 ‑90.160 ‑245.539 ‑943.498 ‑1.967.464
Totaal 410.248 1.324.775 825.070 197.893 ‑734.883 ‑1.772.274
             
2017            
Kasstromen vastrentende waarden 235.629 927.065 957.914 443.654 210.134 240.351
Verzekeringstechnische verplichtingen 156.866 467.793 ‑22.878 ‑186.929 ‑803.882 ‑1.764.524
Totaal 392.495 1.394.858 935.036 256.725 ‑593.747 ‑1.524.173

C.4.1. Expected profit included in future premiums

Onder “Expected profit in future premiums” (EPIFP) wordt het verschil bepaald tussen de waarde van de Best Estimate op normale grondslagen en de Best Estimate uitgaande van direct wegvallen van de premiebetaling onder gelijktijdige verlaging van de verzekerde aanspraken. Daarbij zijn de aanspraken per polis berekend als het aankopen van premievrije dekkingen met een koopsom ter grootte van de afkoopwaarde van de betreffende polis. Hierbij is verondersteld dat de premievrije aanspraken worden aangekocht tegen actuele Solvency-II-grondslagen. In onderstaande tabel is de waarde na herverzekering per ultimo 2018 weergegeven en ter vergelijking die van 2017.

Expected profit included in future premiums (EPIFP)

Bedragen x € 1.000

Expected profit included in future premiums (EPIFP)
  31-12-2018 31-12-2017      
           
EPIFP 219.689 265.811      

De EPIFP bestaat voor de Nederlandse portefeuille nagenoeg geheel uit de waarde van de premiemaatregel verlaagd met de waarde van de winstdelingsoptie. Als er geen premie meer wordt betaald, zal er immers ook geen premiemaatregel meer doorgevoerd kunnen worden. De winstdeling zal vervallen aangezien er bij het volledige wegvallen van de premiebetaling geen basis meer voor winstdeling aanwezig zal zijn.

C.5. Operationeel risico

Het operationeel risico bestaat uit de risico’s die voortkomen uit invloeden van buitenaf, uit het falen van mensen, processen en systemen of het niet tijdig voldoen aan wetgeving. Maatregelen zoals scherpe protocollen, procedures, interne controles, Control Self Assessments, risico-inventarisaties etc. zorgen voor een beperking van deze risico’s.

De berekening van het operationeel risico neemt herverzekering niet mee. In onderstaande tabel is het voor deze risico’s aan te houden kapitaal conform het standaard model van Solvency-II terug te vinden.

Operationeel risico

Bedragen x € 1.000

Operationeel risico
  31-12-2018 31-12-2017      
           
SCRop - vereist vermogen 18.236 17.566      

Voor een nadere toelichting op operationeel risico wordt verwezen naar paragraaf B.3.5.

C.6. Overige materiële risico’s

C.6.1. Uitvaartkosteninflatie

Het standaardmodel bevat geen uitvaartkosteninflatierisico. Hoewel dit inflatierisico het risico van de polishouders is, is dit risico toch van belang. In de ORSA wordt hier dan ook specifiek aandacht aan besteed. Voor de uitvaartkosteninflatie wordt jaarlijks onderzoek uitgevoerd naar het verband tussen de prijsinflatie en de uitvaartkosteninflatie. Hierbij wordt verondersteld dat het verschil tussen de prijsinflatie en de uitvaartkosteninflatie een constante is. DELA heeft enigszins invloed op de ontwikkeling van de uitvaartkosteninflatie en volgt de ontwikkeling van de uitvaartkosteninflatie nauwgezet gedurende het jaar. Tevens is te verwachten dat de uitvaartkosteninflatie zich op de langere termijn in lijn met de prijsinflatie zal gaan bewegen.

C.6.2. Overige risico’s

Naast de bovengenoemde risico’s erkent DELA een aantal aanvullende risico’s die aandacht verdienen. Dit betreft onder andere het reputatierisico, het strategisch risico en het immateriële-vaste activa-risico. Er stonden eind 2018 geen immateriële vaste activa op de Solvency-II-balans, derhalve bestaat er geen immateriële-activa-risico. Voor de overige risico’s geldt dat deze periodiek door het management beoordeeld worden en dat hiervoor diverse risicobeheersmaatregelen zijn geïmplementeerd. Het resterende risico wordt derhalve als beperkt ervaren en DELA is derhalve van mening dat hiervoor geen aanvullende kapitaal aangehouden hoeft te worden.

C.7. Aanvullende informatie

Alle materiële risico’s zijn in voorgaande paragrafen toegelicht.

Naast het verliescompenserend vermogen van de technische voorzieningen kent DELA ook verliescompenserend vermogen van belastingen (LAC-DT). DELA is actief in Nederland en in België:

  • op de balans van DELA staat voor de Belgische verzekeringsactiviteiten een netto belastingschuld (Deferred Tax Liability, DTL) en na toepassing van de schokken van het standaardmodel slaat dit om in een DTA. Voor de Belgische verzekeringsactiviteiten maximeert DELA de LAC-DT tot de netto DTL die op de balans staat. Dat heeft tot gevolg dat voor DELA België slechts beperkt LAC-DT wordt meegenomen;
  • voor de Nederlandse verzekeringsactiviteiten is er een significante belastingschuld (DTL) op de balans. Deze wordt grotendeels veroorzaakt door meerwaarden in vastgoed dat fiscaal op aanschafwaarde wordt gewaardeerd, en minderwaarden in de technische voorzieningen. Ook de toepassing van de schokken van het standaardmodel is er nog een DTL positie. Voor de Nederlandse verzekeringsactiviteiten kan de LAC-DT volledig worden onderbouwd met de DTL;
  • voor de niet-verzekeringsentiteiten neem DELA geen LAC-DT in aanmerking.

DELA stelt of ontvangt zekerheden voor de posities in de valuta- en aandelenderivaten, afhankelijk van de waarde van deze derivaten. Ultimo 2018 had DELA voor beide derivaten zekerheden ontvangen.
Daarnaast ontvangt DELA zekerheden als onderpand voor de securities-lending-positie.

DELA heeft geen materiële off-balance posten per 31 december 2018.

In het kader van de groeistrategie heeft DELA in 2018 haar werkterrein naar Duitsland uitgebreid. Deze portefeuille is nog relatief gering van omvang. Betreden van nieuwe markten brengt altijd risico’s met zich mee. DELA zal de ontwikkeling van deze portefeuilles dan ook scherp in het oog houden teneinde risico’s zo veel mogelijk te beperken.