D. Waardering voor solvabiliteitsdoeleinden

Intro

Dit hoofdstuk bevat informatie over de waardering van de balansposten. Voor elke materiële activaklasse afzonderlijk worden de waarde van de activa genoemd en de grondslagen, methoden en belangrijkste aannamen die voor de waardering voor solvabiliteitsdoeleinden zijn gehanteerd, beschreven. Ook wordt voor elke materiële activaklasse afzonderlijk een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting gegeven bij alle materiële verschillen tussen de grondslagen, methoden en belangrijkste aannamen die die onderneming voor de waardering voor solvabiliteitsdoeleinden heeft gehanteerd en die welke zij voor de waardering ervan in de jaarrekening heeft gehanteerd.

De waardering van elke materiële activaklasse is beschreven in paragraaf D.1. De waardebepaling van de technische voorzieningen wordt berekend als de som van de beste schatting en de risicomarge. Dit is beschreven in paragraaf D.2. Overige verplichtingen worden beschreven in paragraaf D.3.

DELA gebruikt de standaardmethode voor de consolidatie van de onderliggende entiteiten.

Ten behoeve van de geconsolideerde Solvency-II balans, zijn de entiteiten van DELA geclassificeerd op basis van de criteria in de Gedelegeerde Verordening.

Hieronder het overzicht van het effect van de grondslagenverschillen tussen solvabiliteitsdoeleinde en de jaarrekening.

Waarderingsverschillen in grondslagen

Bedragen x € 1.000

Waarderingsverschillen in grondslagen
  Solvency II Jaarrekening Delta    
           
Activa          
D.1.1 Overlopende acquisitiekosten ‑  72.277 ‑72.277    
D.1.2 Immateriële activa ‑  69.548 ‑69.548    
D.1.3 Uitgestelde belastingvorderingen 78.208 49.752 28.456    
D.1.4 Materiële vaste activa voor eigen gebruik 67.375 71.551 ‑4.176    
D.1.5 Materiële vaste activa (anders dan voor eigen gebruik) 1.241.885 1.241.885 ‑     
D.1.6 Deelnemingen in verbonden ondernemingen, met inbegrip van participaties 11.720 57.205 ‑45.485    
D.1.7 Aandelen – beursgenoteerd 1.956.842 1.956.842 ‑     
D.1.8 Aandelen – niet beursgenoteerd 8.459 8.459 ‑     
D.1.9 Overheidsobligaties 718.750 718.750 ‑     
D.1.10 Bedrijfsobligaties 864.529 864.529 ‑     
D.1.11 Instellingen voor collectieve belegging 292.537 292.537 ‑     
D.1.12 Derivaten 84.897 84.897 ‑     
D.1.13 Overige beleggingen 2.116 2.116 ‑     
D.1.14 Aan particulieren verstrekte leningen en hypotheken 313.003 284.472 28.530    
D.1.15 Overige leningen en hypotheken 153.372 174.060 ‑20.688    
D.1.16 Uit hoofde van herverzekering verhaalbare bedragen uit: Levensverzekering, met uitzondering van ziekteverzekering en aan indexen of beleggingen gekoppelde verzekeringen 9.377 18.305 ‑8.928    
D.1.17 Vorderingen uit hoofde van verzekering en op intermediairs 230 230 ‑     
D.1.18 Overige vorderingen 120.282 120.282 ‑     
D.1.19 Geldmiddelen en kasequivalenten 109.637 109.637 ‑     
D.1.20 Overige, niet elders opgenomen activa 25.421 44.828 ‑19.407    
Totaal activa 6.058.642 6.242.162 ‑183.521    
           
Passiva          
D.2.1 Technische voorzieningen : Beste schatting 3.476.276        
D.2.2 Technische voorzieningen : Risicomarge 271.879        
Totaal technische voorziening 3.748.156 4.674.166 ‑926.010    
D.3.1 Voorzieningen niet zijnde technische voorzieningen 75.360 67.625 7.735    
D.3.1. Pensioenuitkeringsverplichtingen 14.725 1.225 13.500    
D.3.2 Depots van herverzekeraars 13.927 13.927 ‑     
D.3.3 Uitgestelde belastingverplichtingen 370.421 182.160 188.261    
D.1.12 Derivaten 4.787 4.787 ‑     
D.3.4 Schulden aan kredietinstellingen 2.800 2.800 ‑     
D.3.4 Financiële verplichtingen anders dan schulden aan kredietinstellingen 652 70.790 ‑70.139    
D.3.4 Schulden uit hoofde van verzekeringen en aan intermediairs 95.271 95.271 ‑     
D.3.4 Schulden (handelsschulden, geen schulden uit hoofde van verzekeringen) 47.630 47.630 ‑     
D.3.4 Overige, niet elders opgenomen verplichtingen 30.876 30.876 ‑     
Totaal passiva 4.404.605 5.191.258 ‑786.653    
           
Kernvermogen          
Totaal activa 6.058.642 6.242.162 ‑183.521    
Totaal passiva 4.404.605 5.191.258 ‑786.653    
Aandeel derden UNC Holding B.V. 2.403 2.430 ‑27    
Totaal 1.651.634 1.048.474 603.158    

De nummering van de balansregels aan de activazijde verwijzen naar de toelichting in paragraaf D1 t/m D3.

Per materiële categorie op de balans wordt het volgende beschreven:

  • methoden en aannames voor de waardering;
  • verschil tussen solvabiliteitswaardering en waardering in de jaarrekening.

In de tabel is de opbouw van het kernvermogen weergegeven, waarbij het startpunt het kernvermogen van de verzekeringsentiteit is.

Reconciliatie kernvermogen DELA Natura met DELA Coöperatie

x € 1 miljoen

Reconciliatie kernvermogen DELA Natura met DELA Coöperatie
In balanspost   31-12-2018      
           
Kernvermogen DELA Natura   1.671,4      
DELA Holding Belgium (deelnemingswaarde)   11,3      
DELA Depositofonds (deelnemingswaarde)   ‑67,1      
DELA Holding (deelnemingswaarde)   ‑7,7      
Stoppelenburg (deelnemingswaarde)   0,4      
DELA Uitvaartverzorging          
Materiële activa in eigen gebruik 35,5        
Voorzieningen (hoofdzakelijk pensioenen) ‑7,0        
Overige activa / passiva 48,3        
Totaal DELA Uitvaartverzorging   76,8      
DELA Depositary & Management   2,4      
Aandeel derden UNC Holding B.V.   ‑2,4      
Overige balansposten DELA Coöperatie   ‑33,6      
Kernvermogen DELA Coöperatie   1.651,6      

DELA heeft volledige zeggenschap over DELA Depositary & Management die beleggingen beheert ten behoeve van DELA.

DELA heeft alleen operationele leaseverplichtingen, waarvan de geleasde activa niet op de balans zijn opgenomen. Aan de verplichtingenzijde staat alleen de verplichting aan de lessor ter grootte van 1 leasetermijn (maand). De totale omvang van de contractuele verplichting is hieronder naar looptijd weergegeven (bedragen in € 1.000):

  • leaseverplichtingen die vervallen binnen één jaar: € 3.832;
  • leaseverplichtingen die vervallen na één jaar en binnen vijf jaar: € 3.895;
  • leaseverplichtingen die vervallen na vijf jaar: € 131.

D.1. Waardering van activa

De waardering van de meeste financiële activa is volgens de jaarrekeninggrondslagen gebaseerd op de reële waarde. Overeenkomstig de gedelegeerde verordening dienen de cijfers van Solvency-II gebaseerd te zijn op de reële waarde.
Waar de jaarrekeninggrondslagen ten opzichte van reële waarde afwijken en waar het effect een materieel impact heeft op de waardering, zijn deze aangepast voor de grondslagen naar solvabiliteitsdoeleinde.

Ten aanzien van de verdeling van aandelen naar actieve en inactieve markten hanteert DELA de volgende richtlijn:

  • aandelen die beursgenoteerd zijn worden toegekend aan actieve markten;
  • aandelen die niet-beursgenoteerd zijn, worden toegekend aan inactieve markten.

Hieronder wordt een toelichting gegeven per balanscategorie.

D.1.1. Overlopende acquisitiekosten

Conform artikel 12 van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 zijn de overlopende acquisitiekosten op nul gewaardeerd.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
Onder acquisitiekosten wordt begrepen provisies, reclame- en andere verkoopkosten. Acquisitiekosten (zijnde aan derden betaalde provisies) inzake verzekeringsproducten die gedurende een langere periode dan drie jaar van het betreffende verkoopkanaal kunnen worden teruggevorderd, worden geactiveerd; de geactiveerde acquisitiekosten worden in mindering gebracht op de technische voorzieningen en in 10 jaar afgeschreven ten laste van het resultaat. Het jaarlijks te activeren bedrag wordt gesaldeerd met de in het jaar teruggevorderde retourprovisies. Acquisitiekosten worden geactiveerd voor zover zij kunnen worden terugverdiend uit het verwachte brutoresultaat van de onderliggende nieuwe productie van dat jaar. De afschrijvingsperiode wordt periodiek beoordeeld. Indien van toepassing wordt de afschrijvingslast aangepast aan de kortere afschrijvingsperiode.

Jaarlijks vindt een beoordeling van bijzondere waardevermindering plaats op de geactiveerde acquisitiekosten, als onderdeel van de toereikendheidstoets, waarbij wordt vastgesteld of de toekomstige bijdrage uit de verzekeringsproducten voldoende is om de geactiveerde kosten te kunnen dekken.

D.1.2. Immateriële activa

Er zijn geen immateriële activa van materieel belang. Conform artikel 12 van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 zijn de immateriële activa op nul gewaardeerd.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
De immateriële activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van afschrijvingen. Er wordt rekening gehouden met de duurzame waardeverminderingen die op de balansdatum verwacht worden; dit is het geval als de boekwaarde van het actief (of van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het behoort) hoger is dan de realiseerbare waarde ervan.

D.1.3. Uitgestelde belastingvorderingen

Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en de passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds. De berekening van de latente belastingvorderingen geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in de komende jaren geldende tarieven, voor zover reeds bij wet vastgesteld. In Nederland wordt het nominale tarief verlaagd van 25,0% in 2018 en 2019 naar 22,55% in 2020 en 20,5% in 2021. In België wordt het nominale tarief verlaagd van 29,58% in 2018 en 2019 naar 25% vanaf 2020. Bij het bepalen van de voorziening is rekening gehouden met de effecten van de nieuwe tarieven. In Duitsland wordt rekening gehouden met het geldende nominale tarief van 30%.

De uitgestelde belastingvordering ter grootte van € 78,2 miljoen bestaat uit de volgende posten:

  • € 47,7 miljoen eerste kosten en immateriële activa;
  • € 18,9 miljoen toekomstige verliesverrekening, hoofdzakelijk (€ 17,0 miljoen) betreffende de Belgische portefeuille; deze zijn onbeperkt verrekenbaar met toekomstige fiscale winsten;
  • € 3,0 miljoen pensioen- en jubileumvoorziening;
  • € 7,8 miljoen beleggingen;
  • € 0,8 miljoen vastgoed in eigen gebruik.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
Het verschil ad € 28,5 miljoen wordt verklaard door afwijkende waarderingsgrondslagen bij andere activa en passiva rubrieken. Dit zijn: het afwaarderen van geactiveerde acquisitiekosten en immateriële vaste activa (samen € 25,7 miljoen) en  het verhogen van de pensioenvoorziening (€ 2,8 miljoen).

D.1.4. Materiële vaste activa voor eigen gebruik

De waardering van deze onroerende zaken in eigen gebruik geschiedt tegen de actuele waarde op balansdatum. Bij eerste verwerking worden de vastgoedbeleggingen bij koop respectievelijk bouw tegen verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs gewaardeerd.

De overige vaste bedrijfsmiddelen, inventarissen en auto’s, zijn opgenomen tegen de aanschafwaarde verminderd met afschrijvingen op basis van de verwachte levensduur, rekening houdend met de eventuele restwaarde.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
In de jaarrekening worden onroerende zaken gewaardeerd tegen de kostprijs minus afschrijvingen, rekening houdend met een eventuele afwaardering op basis van een lagere realiseerbare marktwaarde. De afschrijvingen geschieden op basis van een vast percentage van de aanschafwaarde van 3% per jaar. Op grond wordt niet afgeschreven. Kosten voor herstel en groot onderhoud worden direct ten laste van de resultatenrekening genomen.

Materiële vaste activa voor eigen gebruik hebben op basis van reële waarde een € 4,2 miljoen lagere waarde dan op basis van de jaarrekeninggrondslagen.

D.1.5. Materiële vaste activa (anders dan voor eigen gebruik)

Materiële vaste activa niet voor eigen gebruik (onroerende zaken) worden gewaardeerd tegen de actuele waarde op balansdatum. De beleggingen in onroerende zaken worden aangehouden om huuropbrengsten en waardestijgingen te realiseren. Er wordt niet afgeschreven op onroerende zaken. De waardering van de onroerende zaken wordt onder meer gebaseerd op beschikbare marktgegevens en wordt samengesteld door externe taxateurs. De taxaties worden uitgevoerd conform de richtlijnen van de RICS zoals geformuleerd in de RICS Taxatiestandaarden en conform het reglement van de NRVT. Zowel de RICS Taxatiestandaarden als het reglement van de NRVT voldoen aan de “International Valuation Standards” en derhalve voldoen de taxaties hier ook aan. De methode is afhankelijk van het type vastgoed. In de vastgoedportefeuille is de BAR/NAR-methode en de Discounted cashflow (DCF) methode gehanteerd. Minimaal één keer in de 3 jaar wordt de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld, door middel van een full valuation, dit op basis van onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat. In de tussenliggende jaren wordt de waarde gebaseerd op een hertaxatie of een markttechnische update, welke ook door de externe deskundigen wordt vastgesteld. De gehele portefeuille is gewaardeerd door de externe taxateurs CBRE en MVGM. Beide taxateurs beschikken over een ISAE3402 type II verklaring. De verantwoordelijke taxateurs zijn ingeschreven bij het NRVT. De gehanteerde disconteringsvoet bedraagt tussen de 2% en 8%.

Winkels
Voor het bepalen van de actuele waarde van de winkels zijn de volgende berekeningsmethoden gehanteerd: de Huurwaardekapitalisatiemethode of de DCF-methode. De hoofdmethode betreft de huurwaardekapitalisatie-methode. Bij de huurwaardekapitalisatiemethode is de actuele waarde bepaald aan de hand van de bruto markthuurwaarde van de verhuurbare vloeroppervlakten van de gebouwen en/of terreinen, verminderd met onroerende zaak gebonden zakelijke en andere lasten en gerelateerd aan een onder de huidige marktomstandigheden reëel geacht netto rendement.

Woningen
Voor de bepaling van de actuele waarde van de woningen wordt de DCF-methode gebruikt. Bij deze berekening wordt uitgegaan van een rendement gedurende een beschouwperiode van 10 jaar. De cashflows bestaan uit huurinkomsten verminderd met onroerende zaak gebonden zakelijke en andere lasten.

Parkeren en kantoren
Voor parkeren (parkeergarages/-terreinen) en kantoren is het in de markt gangbaar om deze objecten te waarderen op basis van de inkomstenbenadering en de vergelijkingsmethodiek. Derhalve is de waardering tot stand gekomen door middel van een gecombineerde BAR/NAR-DCF rekenmethodiek.

Crematoria
Crematoria worden gewaardeerd tegen de actuele waarde op balansdatum. Voor de bepaling van deze actuele waarde wordt bij crematoria ouder dan 5 jaar de DCFmethode en markthuurkapitalisatie gebruikt. De gehanteerde discount rates zijn marktconform en liggen tussen 9,0% en 9,75%. Minimaal één keer in de 5 jaar wordt de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld.

De crematoria jonger dan 5 jaar worden gewaardeerd op basis van de stichtingskosten, aangezien deze periode als opstartfase aangemerkt wordt. Daarnaast wordt jaarlijks met een intern rekenmodel getoetst of er een bijzondere waardevermindering moet plaatsvinden.

Door het gebrek aan actuele transacties in de markt die gebruikt kunnen worden om het taxatieproces te valideren, heeft het taxeren van onroerende zaken een verhoogde graad van onzekerheid. In geval er sprake is van verkooptransacties in de periode waarin de jaarrekening wordt opgemaakt waarbij er afwijkingen zijn tussen de verkoopwaarde en de taxatiewaarde, vindt waardering van de onroerende zaak plaats tegen de gerealiseerde verkoopwaarde. Verkoopresultaten en waardeveranderingen van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken worden verwerkt in de resultatenrekening. Via de resultatenrekening worden deze waardeveranderingen verwerkt in de herwaarderingsreserve, waarbij met latente belastingen rekening wordt gehouden. Hierbij wordt rekening gehouden met de oorspronkelijke kostprijs.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
Voor deze rubriek is geen afwijking van waardering tussen solvabiliteitsdoeleinde en de jaarrekening.

D.1.6. Deelnemingen in verbonden ondernemingen, met inbegrip van participaties

Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de nettovermogenswaardemethode. Wanneer 20% of meer van de stemrechten uitgebracht kan worden, is er sprake van een wettelijk vermoeden van invloed van betekenis.

De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening; voor deelnemingen waarvan onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor aanpassing aan deze grondslagen, wordt uitgegaan van de waarderingsgrondslagen van de desbetreffende deelneming.

Indien de waardering van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, wordt deze op nihil gewaardeerd. Indien en voor zover DELA in deze situatie geheel of gedeeltelijk instaat voor de schulden van de deelneming wordt een voorziening getroffen.

De eerste waardering van gekochte deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Voor de vervolgwaardering worden, uitgaande van de waarden bij eerste waardering, de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening.

Deelnemingen waarop geen invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien sprake is van een duurzame waardevermindering vindt waardering plaats tegen deze lagere waarde; afwaardering vindt plaats ten laste van de resultatenrekening.

De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen op deelnemingen worden gewaardeerd tegen de reële waarde van het verstrekte bedrag, gewoonlijk de nominale waarde, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
In de rapportage voor solvabiliteitsdoeleinde van de Groep classificeren wij DELA Holding, DELA Depositofonds, DELA Holding Belgium en haar dochters als deelnemingen, waarbij die laatste samen als één deelneming zijn beschouwd. In de jaarrekening worden al deze deelnemingen geconsolideerd opgenomen.

Om de deelnemingen te waarderen conform reële waarde wordt een aantal correcties doorgevoerd. Een overzicht hiervan is in de tabel hieronder weergeven.

Reconciliatie deelnemingswaarde jaarrekening met Solvency II

Ultimo 2018, bedragen x € 1 miljoen

Reconciliatie deelnemingswaarde jaarrekening met Solvency II
In balanspost deelnemingen deelnemingen voorzieningen, anders dan technische voorzieningen voorzieningen, anders dan technische voorzieningen
In entiteit DELA Holding Belgium Stoppelenburg B.V. DELA Depositofonds DELA Holding
         
Deelnemingswaarde jaarrekening 41,0 0,4 15,8 ‑50,7
Waarderingsverschillen immateriële activa ‑23,3 ‑  ‑  ‑ 
waarderingsverschillen deposito's ‑0,3 ‑  ‑15,9 ‑ 
intercompany eliminaties ‑6,2 ‑  ‑67,0 43,0
Deelnemingswaarde Solvency II 11,3 0,4 ‑67,1 ‑7,7

De verschillen tussen de waardering in de jaarrekening en op de Solvency-II-balans zijn als volgt te verklaren:

  • de immateriële activa van DELA Holding Belgium betreffen handelsnamen;
  • de deposito’s zijn in de jaarrekening gewaardeerd op nominale waarde en zijn ten behoeve van Solvency-II herrekend naar ‘actuele waarde’;
  • deelnemingen met een negatieve deelnemingswaarde worden uiteindelijk verantwoord als ‘voorzieningen, niet zijnde technische voorzieningen’. Op de Solvency-II-balans betreffen dit de deelnemingswaarden van DELA Holding en DELA Depositofonds. Toelichting op de negatieve waarde:
    • na eliminaties van de intercompany posities en aanpassing van nominale naar actuele waarde is de waarde van DELA Depositofonds alleen gebaseerd op de actuele waarde van de verplichtingen aan de depositohouders;
    • de negatieve waarde van DELA Holding N.V. is voornamelijk gebaseerd op uitgestelde belastingverplichtingen inzake herwaarderingen crematoria;
  • de waarde op de Solvency-II-balans (€ 11,7 miljoen) bestaat dus uit de deelnemingswaarde van DELA Holding Belgium en Stoppelenburg B.V. De deelnemingen met een negatieve waarde (DELA Depositofonds B.V. en DELA Holding N.V.) zijn op de Solvency-II balans geclassificeerd onder de verplichtingen.

D.1.7. Aandelen – beursgenoteerd

Aandelen en converteerbare obligaties worden gewaardeerd tegen reële waarde. Aandelen worden gewaardeerd tegen beurskoers op balansdatum.

Zowel ongerealiseerde als gerealiseerde winsten en verliezen ten gevolge van verkopen en waardeveranderingen van aandelen worden in de resultatenrekening verantwoord. Transactiekosten worden rechtstreeks in de resultatenrekening verwerkt.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
Voor deze rubriek is geen afwijking van waardering tussen solvabiliteitsdoeleinde en de jaarrekening.

D.1.8. Aandelen – niet-beursgenoteerd

Aandelen en converteerbare obligaties worden gewaardeerd tegen reële waarde. De reële waarde wordt bepaald op basis van mark-to-model methode, waarbij uitgangspunten van de waardering aan actieve markten worden getoetst.

Zowel ongerealiseerde als gerealiseerde winsten en verliezen ten gevolge van verkopen en waardeveranderingen van aandelen worden in de winst- en verliesrekening verantwoord. Transactiekosten worden rechtstreeks in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
Voor deze rubriek is geen afwijking van waardering tussen solvabiliteitsdoeleinde en de jaarrekening.

D.1.9. Overheidsobligaties

Overheidsobligaties worden gewaardeerd tegen reële waarde. Zowel ongerealiseerde als gerealiseerde winsten en verliezen ten gevolge van verkopen en waardeveranderingen van overheidsobligaties worden in de winst- en verliesrekening verantwoord.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
Voor deze rubriek is geen afwijking van waardering tussen solvabiliteitsdoeleinde en de jaarrekening.

D.1.10. Bedrijfsobligaties

Bedrijfsobligaties worden gewaardeerd tegen reële waarde. Zowel ongerealiseerde als gerealiseerde winsten en verliezen ten gevolge van verkopen en waardeveranderingen van bedrijfsobligaties worden in de winst- en verliesrekening verantwoord.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
Voor deze rubriek is geen afwijking van waardering tussen solvabiliteitsdoeleinde en de jaarrekening.

D.1.11. Instellingen voor collectieve belegging

Instellingen voor collectieve belegging worden gewaardeerd tegen reële waarde.
Zowel ongerealiseerde als gerealiseerde winsten en verliezen ten gevolge van verkopen en waardeveranderingen van aandelen worden in de winst- en verliesrekening verantwoord. Transactiekosten worden rechtstreeks in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
Voor deze rubriek is geen afwijking van waardering tussen solvabiliteitsdoeleinde en de jaarrekening.

D.1.12. Derivaten

Afgeleide financiële instrumenten, waaronder interest rate swaps, aandelenopties en valutatermijncontracten worden gewaardeerd tegen reële waarde. Het betreft niet-beursgenoteerde stukken en deze worden gewaardeerd op basis van financiële modellen, de 'mark-to-model' methode.

Indien afgeleide financiële instrumenten een negatieve waarde hebben, worden deze op de balans gerubriceerd onder de kortlopende schulden.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
Voor deze rubriek is geen afwijking van waardering tussen solvabiliteitsdoeleinde en de jaarrekening.

D.1.13. Overige beleggingen

De overige beleggingen betreffen kunstzaken welke op basis reële waarde worden gewaardeerd.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
Voor deze rubriek is geen afwijking van waardering tussen solvabiliteitsdoeleinde en de jaarrekening.

D.1.14. Aan particulieren verstrekte leningen en hypotheken

Verstrekte hypotheken worden gewaardeerd tegen reële waarde. De reële waarde wordt bepaald door het contant maken van de toekomstige kasstromen, waarbij uitgangspunten van de waardering aan actieve markten worden getoetst.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
In de jaarrekening worden vorderingen uit hypothecaire leningen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. De directe kosten die samenhangen met het verstrekken van een hypothecaire lening worden opgenomen als aankoopkosten. Zij zijn onderdeel van de geamortiseerde kostprijs en worden geactiveerd op de balans. Op balansdatum wordt beoordeeld of er objectieve waarnemingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van de vorderingen uit hypothecaire leningen. Indien dit het geval is, dient bepaald te worden wat de omvang van het verlies is en dient het verlies verantwoord te worden in de winst- en verliesrekening.

Hypotheken hebben op basis van reële waarde een € 28,5 miljoen hogere waarde dan op basis van de jaarrekeninggrondslagen.

D.1.15. Overige leningen en hypotheken

De reële waarde van de vorderingen benadert de waarde op basis van jaarrekeninggrondslagen. De waardering voor solvabiliteitsdoeleinde is gelijk gehouden aan de waardering in de jaarrekening, omdat deze de reële waarde van de vorderingen benadert. Uitzondering hierop is de eliminatie op de intragroep-posities.

In de jaarrekening worden de overige leningen en hypotheken gewaardeerd tegen aflossingswaarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Het verschil tussen de verkrijgingsprijs en de aflossingswaarde wordt gedurende de looptijd van de beleggingen gespreid als resultaat verantwoord. Het nog niet afgeschreven deel van het bij aankoop betaalde of ontvangen agio of disagio wordt verantwoord onder deze post beleggingen. Indien de beleggingen voor het eind van de looptijd worden verkocht worden de resultaten verantwoord in de winst- en verliesrekening.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
De afwijking van waardering tussen solvabiliteitsdoeleinde en de jaarrekening van € 20,7 miljoen komt door de eliminatie van de intragroep-positie met DELA Holding. Onder Solvency-II is DELA Holding een deelneming en op de jaarrekening-balans ten behoeve van de RSR is DELA Holding daarom ook als een deelneming beschouwd en niet meegeconsolideerd. In de stap van jaarrekening-waardering naar Solvency-II-waardering worden onder meer intercompany-posities geëlimineerd van de balans en daarom is er de hierboven genoemde afwijkende waardering in de jaarrekening.

D.1.16. Uit hoofde van herverzekering verhaalbare bedragen uit: Levensverzekering, met uitzondering van ziekteverzekering en aan indexen of beleggingen gekoppelde verzekeringen

DELA gebruikt in beperkte mate herverzekering. Voor het waarderen van de vordering uit hoofde van herverzekeringen worden in de basis dezelfde methodes, modellen en veronderstellingen gebruikt als voor de technische voorzieningen, met twee uitzonderingen:

  • er wordt geen separate risicomarge bepaald voor de herverzekeringscontracten; deze is onderdeel van de totale risicomarge;
  • er wordt een afslag toegepast voor kredietrisico op de herverzekeringsvordering. DELA gebruikt hiervoor de vereenvoudigde berekening zoals omschreven in Artikel 61 van de Gedelegeerde Verordening. Deze houdt rekening met de rating afhankelijke 1-jarige faillissementkans van de herverzekeraar en met de modified duration van de herverzekeringsvorderingen.

Voor verdere toelichting op de methodiek wordt verwezen naar hoofdstuk D.2.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
In de jaarrekening worden de herverzekeringscontracten gewaardeerd op tariefsgrondslagen, wat resulteert in een € 8,9 mln. hogere waardering dan onder Solvency-II grondslagen.

D.1.17. Vorderingen uit hoofde van verzekering en op intermediairs

De reële waarde van de vorderingen benadert de waarde op basis van jaarrekeninggrondslagen.
De waardering voor solvabiliteitsdoeleinde is gelijk gehouden aan de waardering in de jaarrekening,  omdat deze de reële waarde van de vorderingen benadert.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
Voor deze rubriek is geen afwijking van waardering tussen solvabiliteitsdoeleinde en de jaarrekening.

D.1.18. Overige vorderingen

De reële waarde van de vorderingen benadert de waarde op basis van jaarrekeninggrondslagen.
De waardering voor solvabiliteitsdoeleinde is gelijk gehouden aan de waardering in de jaarrekening,  omdat deze de reële waarde van de vorderingen benadert.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
Voor deze rubriek is geen afwijking van waardering tussen solvabiliteitsdoeleinde en de jaarrekening.

D.1.19. Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
Voor deze rubriek is geen afwijking van waardering tussen solvabiliteitsdoeleinde en de jaarrekening.

D.1.20. Overige, niet elders opgenomen activa

De reële waarde van de overige activa benadert de waarde op basis van jaarrekeninggrondslagen. De waardering voor solvabiliteitsdoeleinde is gelijk gehouden aan de waardering in de jaarrekening, omdat deze de reële waarde van de vorderingen benadert. Uitzondering hierop is de eliminatie op de intragroep-posities.

De overige, niet elders opgenomen activa worden in de jaarrekening bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en de geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
De afwijking van waardering tussen solvabiliteitsdoeleinde en de jaarrekening van € 19,4 miljoen komt door de eliminatie van de intragroep-positie met DELA Holding. Onder Solvency-II is DELA Holding een deelneming en op de jaarrekening-balans ten behoeve van de RSR is DELA Holding daarom ook als een deelneming beschouwd en niet meegeconsolideerd. In de stap van jaarrekening-waardering naar Solvency-II-waardering worden onder meer intercompany-posities geëlimineerd van de balans en daarom is er de hierboven genoemde afwijkende waardering in de jaarrekening.

D.2. Waardering van de technische verplichtingen

In deze paragraaf wordt de waardering van de technische voorzieningen beschreven, zowel die in de jaarrekening als op de Solvency-II-balans. De technische voorzieningen Solvency-II worden gewaardeerd conform de gestelde regels in de Solvency-II-richtlijn en de Gedelegeerde Verordening.

Alle verzekeringsverplichtingen vallen onder de branche levensverzekeringsactiviteiten.

D.2.1. Beste schatting

DELA heeft een financieel projectiemodel waarmee onder andere de Solvency-II-voorziening wordt berekend. De “best estimate” wordt berekend als de contante waarde van de geprojecteerde kasstromen voor de premie-inkomsten, de uitkeringen en de kosten waarbij rekening wordt gehouden met winstdeling en eventuele opties. De kasstromen worden geschat waarbij gebruik wordt gemaakt van aannames op het gebied van sterfte, kosten, onnatuurlijk verval en inflatie. Daar waar van toepassing worden de effecten van in de tarieven opgenomen opties zoals winstdeling en indexatie meegenomen. De kasstromen worden contant gemaakt op de door EIOPA voorgeschreven rentecurve (inclusief volatility adjustment). De optiewaarden worden met behulp van risiconeutrale scenario’s op stochastische wijze bepaald.

Bij de berekening van de voorzieningen per 31 december 2018 zijn de volgende actuele veronderstellingen gehanteerd:

  • disconteringsvoet en waardering opties: de door EIOPA gepubliceerde rentetermijnstructuur, waarbij rekening is gehouden met de Volatility Adjustment, per 31 december 2018;
  • economische scenario file: gebaseerd op de economische parameters per 31 december 2018, voor zover relevant voor DELA, inclusief prijsinflatie;
  • verwachte sterfte: de prognosetafel 2018 van het Koninklijk Actuarieel Genootschap voor Nederland en de sterftetafel 2016 van het Instituut van Actuarissen in België voor België, gecorrigeerd op basis van portefeuillestatistieken t/m december 2017;
  • onnatuurlijk verval: ervaringskansen op basis van eigen portefeuillestatistieken t/m december 2017;
  • kosten: kosten per dekking, inclusief de beleggingskosten behorende tot de technische voorziening. De kosten per dekking zijn bepaald op basis van de begrotingen van 2019;
  • uitvaartkosteninflatie: op basis van eigen ervaringen, gerelateerd aan de prijsinflatie.

DELA verdeelt haar portefeuille in verschillende groepen verzekeringen, de homogene risicogroepen. Elke homogene risicogroep kent haar eigen, op betreffende portefeuille toegesneden, aannames voor kosten, onnatuurlijk verval en sterfte. De opdeling in homogene risicogroepen vindt conform Solvency-II regelgeving plaats.

D.2.2. Risicomarge

De risicomarge wordt bepaald conform de gestelde regels in de Solvency-II-richtlijn en de Gedelegeerde Verordening op basis van de Cost-of-capital-methode. Hierbij wordt het voorgeschreven percentage van 6% gehanteerd. Voor de bepaling van de risicomarge wordt de EIOPA curve exclusief volatility adjustment gebruikt, conform de geldende regelgeving.
De risicomarge wordt berekend over de SCR onderdelen die betrekking hebben op de verzekeringstechnische risico’s, het operationeel risico en het herverzekeringstegenpartijrisico. De SCR die aldus op balansdatum wordt berekend wordt naar de toekomst geprojecteerd met behulp van risicodrivers per onderliggend risicobestanddeel. De hieruit geprojecteerde deel SCR’s worden vervolgens in elk jaar opgeteld, gebruik makend van de correlatiematrix zoals voorgeschreven in het standaardmodel. De risicomarge wordt vervolgens conform de Cost of Capital methode bepaald door de hierboven staande jaarlijkse SCR te vermenigvuldigen met het voorgeschreven percentage, en de hieruit resulterende kasstroom contant te maken op de EIOPA curve exclusief volatility adjustment.

D.2.3. Onzekerheidsniveau

DELA onderscheidt drie soorten onzekerheden bij het vaststellen van de technische voorzieningen.

  • het risico van onjuiste of onvolledige data die ten grondslag liggen aan de berekening van de technische voorzieningen;
  • modelrisico;
  • procesrisico.

Bovengenoemde onzekerheden kunnen -indien niet juist beheerst- leiden tot een onjuiste weergave van de technische voorzieningen. In de onderstaande paragrafen zijn de belangrijkste beheersmaatregelen toegelicht.

Daarnaast voert DELA gevoeligheids- en movementanalyses uit om een beeld te krijgen van de mate van onzekerheid.

D.2.3.1. Risico van onjuiste of onvolledige data

Om vast te stellen dat de data adequaat, volledig en juist zijn, hanteert DELA de volgende controles en beheersmaatregelen:

  • de datamanagementorganisatie monitort de datakwaliteit en rapporteert hier periodiek over;
  • bij de oplevering van polisgegevens aan het datawarehouse vinden geautomatiseerde aansluitings- en verloopcontroles plaats en deze worden in vrachtbrieven gerapporteerd;
  • het eerste lijns actuariaat voert controles uit op de verwerking van data en legt deze controles vast;
  • de tweede lijns actuariële functie beoordeelt de datastromen en de controleprocessen.

D.2.3.2. Modelrisico

Om te waarborgen dat het model materieel juiste uitkomsten genereert, heeft DELA in 2016 een review laten uitvoeren op de werking van het model. Hieruit kwamen geen materiële bevindingen naar voren. Om continu de juistheid van het model te kunnen blijven waarborgen, hanteert DELA sindsdien een changemanagement proces voor het doorvoeren van modelwijzigingen. Interne controles op de requirements, het ontwerp, het testen en het in productie nemen zijn daarmee geborgd. Er is voldaan aan het changemanagement proces met betrekking tot de modelwijzigingen in 2018.

D.2.3.3. Procesrisico

Het proces vanaf brondata naar de uiteindelijke technische voorzieningen bevat vele stappen. DELA heeft de laatste jaren steeds meer stappen geautomatiseerd en zal daar de komende jaren mee verder gaan.

In 2018 zijn er op gestructureerde wijze interne controles gedaan en deze zijn gedocumenteerd en beoordeeld. Daarmee is het procesrisico in voldoende mate gemitigeerd.

D.2.3.4. Mate van onzekerheid

Gevoeligheidsanalyses en movementanalyses laten zien dat de technische voorzieningen het meest gevoelig zijn voor wijzigingen in de uitvaartkosteninflatie, onnatuurlijk verval en volatiliteit van beleggingsrendementen en de rente. DELA streeft naar een robuuste solvabiliteitspositie en accepteert dat de technische voorzieningen kunnen fluctueren.

D.2.4. Waardering van Technische voorzieningen in de jaarrekening

Verzekeringscontracten
Het bepalen van de verzekeringstechnische voorzieningen is een proces dat van nature wordt omgeven met onzekerheden. De werkelijke uitkeringen zijn afhankelijk van factoren zoals sociale, economische en demografische trends, inflatie, beleggingsrendementen, gedrag van polishouders en aannames over de ontwikkeling van sterfte. In de jaarrekening wordt gereserveerd op tariefsgrondslagen. De Solvency-II-voorziening fungeert als toets op de toereikendheid van de voorzieningen in de jaarrekening. Een eventueel tekort wordt onmiddellijk ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht door in eerste instantie de toekomstige winstmarges in overgenomen portefeuilles af te boeken, eventueel gevolgd door een afboeking van de geactiveerde acquisitiekosten en vervolgens voor zover noodzakelijk een aanvullende voorziening te treffen. Afboekingen op geactiveerde acquisitiekosten of de toekomstige winstmarges in overgenomen portefeuilles als gevolg van deze toets worden in latere jaren niet meer teruggenomen.

Uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico
Voor uitkeringen uit hoofde van verzekeringspolissen die naar verwachting in de toekomst worden gedaan, wordt een verplichting opgenomen zodra de polis van kracht is. De verplichtingen voor uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico bestaan uit de (met tariefinterest) verdisconteerde waarde van de verwachte toekomstige uitkeringen (inclusief reeds toegekende winstaandelen) aan polishouders of andere begunstigden, onder aftrek van toekomstige premies. Het overgrote deel van de verzekeringstechnische voorziening voor uitvaart- en levensverzekeringen voor eigen rekening en risico zoals gesloten in Nederland is berekend volgens de zuivere netto methode tegen 2,75% interest en op basis van de overlevingstafel GBMV 1995-2000, waarbij gebruik wordt gemaakt van grondslagen met betrekking tot sterfte en interest. Het overgrote deel van de verzekeringstechnische voorziening voor uitvaart- en levensverzekeringen voor eigen rekening en risico zoals gesloten in België is berekend volgens de zuivere netto methode tegen de gebruikelijke interest ten tijde van ingang en op basis van de overlevingstafel HD dan wel MK-FK, waarbij gebruik wordt gemaakt van grondslagen met betrekking tot sterfte en interest. De verwachte uitkeringen zijn gebaseerd op de grondslagen van het tarief, zoals dat is vastgesteld bij het afsluiten van de polis.

Voor het DELA LeefdoorPlan wordt de verzekeringstechnische voorziening berekend volgens de zuivere netto methode tegen 3% interest en op basis van de prognosetafels zoals deze ten tijde van de introductie van het tarief door het Koninklijk Actuarieel Genootschap zijn gepubliceerd.

De overlijdensrisicoverzekeringen die in Duitsland zijn gesloten, worden gereserveerd op basis van een rekenrente van 3% en sterftekansen ontleend aan de verzekerden sterftetafel DAV2008T, uitgegeven door de Deutsche Aktuarvereinigung e.V. (DAV).

Voor het DELA CoöperatiespaarPlan wordt de verzekeringstechnische voorziening berekend volgens de opgebouwde poliswaarde op grond van de ingelegde spaarpremies, de reeds toegekende winstaandelen alsmede de interestvoet behorende bij het tarief.

De premies bevatten opslagen voor dekking van de kosten. Wanneer de premies worden ontvangen of invorderbaar zijn geworden, vallen de opslagen vrij en zijn deze beschikbaar voor dekking van de werkelijke kosten, waaronder begrepen doorlopende kosten en acquisitiekosten. Voor enkele kleinere technische voorzieningen worden afwijkende grondslagen gehanteerd.

De geactiveerde acquisitiekosten worden op de voorziening in mindering gebracht.

D.2.5. Technische voorzieningen per 31 december 2018

In deze paragraaf zijn de uitkomsten per 31 december 2018 weergegeven. De vergelijkende cijfers ultimo 2017 zijn in de rechter kolommen toegevoegd.

D.2.5.1. Technische voorzieningen op de Solvency-II-balans

De technische verplichtingen op de Solvency-II-balans zijn gelijk aan de som van de best estimate verplichtingen en de risicomarge. Onderstaande tabel toont de opbouw van de voorzieningen.

Technische voorzieningen op de Solvency-II-balans

Bedragen x € 1.000

Technische voorzieningen op de Solvency-II-balans
  31-12-2018 31-12-2017      
           
Best Estimate 3.476.276 3.383.858      
Risicomarge 271.879 238.952      
Marktwaarde verzekeringstechnische verplichtingen 3.748.156 3.622.810      

De bedragen ultimo 2018 liggen in lijn met de vergelijkende bedragen ultimo 2017.

D.2.5.2. Technische voorzieningen in de jaarrekening

De Technische voorzieningen in de jaarrekening-balans zijn inclusief voorziening voor winstdeling en korting en na aftrek van geactiveerde acquisitiekosten en herverzekering. In onderstaande tabel zijn deze opgenomen.

Technische voorzieningen in de jaarrekeningen

Bedragen x € 1.000

Technische voorzieningen in de jaarrekeningen
  31-12-2018 31-12-2017      
           
Netto 4.584.184 4.291.491      
Herverzekerd 18.305 16.304      
Bruto 4.602.488 4.307.795      

D.2.5.3. Reconciliatie Technische voorzieningen op de jaarrekening-balans en de Solvency-II-balans

In de navolgende tabel staan de voorzieningen (vóór aftrek herverzekering). In de jaarrekening is de voorlopige inschatting voor de voorziening winstdeling opgenomen onder technische voorzieningen. In de tabel onder D is deze gereclassificeerd naar D.3.1 (voorzieningen niet zijnde technische voorzieningen). De geactiveerde acquisitiekosten zijn in die tabel opgenomen onder D.1.

Reconciliatie technische voorzieningen

Bedragen x € 1.000

Reconciliatie technische voorzieningen
  31-12-2018 31-12-2017      
           
Technische voorzieningen na aftrek overlopende acquisitiekosten 4.602.488 4.307.795      
Voorziening winstdeling ‑600 ‑2.720      
Herwaardering naar Solvency II ‑853.733 ‑682.265      
Marktwaarde verzekeringstechnische voorzieningen 3.748.156 3.622.810      
           
Technische voorzieningen na aftrek overlopende acquisitiekosten 4.603.296 4.307.795      
Herwaardering naar Solvency II ‑855.140 ‑684.985      
Marktwaarde verzekeringstechnische voorzieningen 3.748.156 3.622.810      

De belangrijkste oorzaken van de herwaarderingsverschillen zijn als volgt:

  • voor Solvency-II worden best estimate veronderstellingen gebruikt voor sterfte, kosten en verval, terwijl voor de jaarrekening de tariefsgrondslagen worden gehanteerd;
  • de Solvency-II-voorzieningen worden met de actuele door EIOPA gepubliceerde rentecurve bepaald, terwijl de jaarrekening voorzieningen op de tarief rekenrente worden bepaald;
  • de waardering van de toekomstige indexatie, de optiewaardes winstdeling en de premiemaatregel zijn geen onderdeel van de jaarrekening voorzieningen;
  • de jaarrekening voorzieningen kennen geen risicomarge;
  • onder Solvency-II bestaan er geen geactiveerde acquisitiekosten.

D.2.6. Impact van het gebruik van volatility adjustment

De gehanteerde methode en technieken voor de waardering van de activa- en passivaposten zijn in eerdere paragrafen beschreven. Bij de waardering van de verplichtingen wordt gebruik gemaakt van de Volatility Adjustment (VA). De impact hiervan op de hoogte van de totale technische voorzieningen en de Solvency-II-ratio per 31 december 2018 is als volgt.

Volatility adjustment

Bedragen x € 1.000

Volatility adjustment
    31-12-2018   31-12-2017  
           
  Inclusief VA Exclusief VA Inclusief VA Exclusief VA  
Technische voorzieningen DELA Coöperatie          
Best Estimate 3.466.899 3.497.120 3.370.804 3.381.488  
Risicomarge 271.879 271.879 238.952 238.952  
Marktwaarde 3.738.779 3.768.999 3.609.756 3.620.440  
           
Solvency-II-ratio DELA Coöperatie          
Solvency capital requirement (SCR) 442.412 439.281 551.351 547.095  
Kernvermogen 1.651.633 1.629.274 1.703.865 1.695.852  
Solvency-II-ratio 373% 371% 309% 310%  

Voor DELA heeft het toepassen van de VA per ultimo 2018 een lagere marktwaarde van de verzekeringstechnische verplichtingen tot gevolg. De marktwaarde van de reële gegarandeerde verplichtingen en de optiewaarde winstdeling dalen, dit wordt echter deels teniet gedaan door een minder negatieve waarde van de premiemaatregel. Tegelijkertijd stijgt de SCR. Per saldo leidt dit tot een toename van de Solvency-II-ratio met 2%.

Bij de waardering van de verplichtingen wordt géén gebruik gemaakt van de Matching Adjustment.

D.3. Waardering van de overige verplichtingen

D.3.1. Pensioenuitkeringsverplichtingen en voorzieningen niet zijnde technische voorzieningen

Pensioenvoorziening
Nederland
Met ingang van 1 januari 2018 is de pensioenregeling van de Nederlandse groepsmaatschappijen overgegaan van een beschikbare uitkering (middelloonregeling) naar een beschikbare premieregeling. Deelnemers bouwen een pensioenkapitaal op waarmee op het moment van pensionering een pensioenuitkering aangekocht dient te worden.

De belangrijkste kenmerken van deze regeling zijn:

  • Werkgever betaalt maandelijks op persoonsniveau een premie aan de uitvoerder;
  • Het pensioengevend loon is 14 * het vaste maandsalaris (2018: maximaal € 105.075);
  • De pensioengrondslag waarover de werkgever premie inlegt is het pensioengevend loon minus de wettelijk minimale franchise;
  • De pensioenpremie die betaald wordt aan de uitvoerder is gebaseerd op een leeftijdsstaffel met oplopende premiepercentages, uitgaande van een rekenrente van 2%;
  • De eigen bijdrage van de werknemer is 4,5% van de pensioengrondslag;
  • De regeling leidt niet tot enige verplichting op balansdatum.

Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing. Er worden door de Groep op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan verzekeringsmaatschappijen betaald. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

België
De pensioenregeling van de Belgische groepsmaatschappijen omvat een premie t.b.v. 4,0 % van het jaarlijks referentieloon, te verhogen met 4,4 % belasting. Het jaarlijks referentieloon is een brutomaandloon x 13,92 maanden. De premies worden maandelijks betaald. Met deze premies worden de volgende waarborgen verzekerd voor de werknemer:

  • De overlijdensverzekering is een aanvullende waarborg die verbonden is met de groepsverzekering
  • De nabestaanden zullen een overlijdenskapitaal ontvangen als de werknemer overlijdt vóór de einddatum

Het gewaarborgd inkomen (invaliditeitsrente) is een aanvullende waarborg. In geval van arbeidsongeschiktheid door ziekte, bevalling of een privé-ongeval, ontvangt de verzekerde een vervangingsinkomen. Op de einddatum van de groepsverzekering zijn er twee mogelijkheden:

  • Ofwel wordt er eenmalig een pensioenkapitaal uitbetaald.
  • Ofwel wordt er een periodieke rente uitbetaald.

Duitsland
In Duitsland is geen pensioenregeling van kracht.

Daarnaast neemt de Groep een vordering op voor:

  • toegezegde restituties als gevolg van een hoge dekkingsgraad van het pensioendepot;
  • overrente of winstdeling die overeenkomstig de bepalingen in een verzekeringscontract beschikbaar komt voor de Groep;
  • voordelen van individuele waardeoverdrachten die ten gunste komen van de groep;
  • aanvullende stortingen om de beleggingsmix te garanderen.

Aan de hand van de uitvoeringsovereenkomsten wordt beoordeeld welke verplichtingen er op balansdatum bestaan naast de betaling van de jaarlijkse aan de pensioenuitvoerder verschuldigde premie. Deze additionele verplichtingen, waaronder eventuele verplichtingen uit herstelplannen van de pensioenuitvoerder, leiden tot lasten voor de Groep en worden in de balans opgenomen in een voorziening.

De waardering van de verplichting is gebaseerd op nominale waarde tenzij sprake is van een langlopende verplichting. In dat geval wordt de verplichting tegen contante waarde gewaardeerd. Discontering vindt plaats op basis van rentetarieven van hoogwaardige ondernemingsobligaties.

Toevoegingen aan en vrijval van de verplichtingen komen ten laste van respectievelijk ten gunste het resultaat.

Een pensioenvordering wordt in de balans opgenomen wanneer:

  • de groep beschikkingsmacht heeft over de pensioenvordering;
  • het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die de pensioenvordering in zich bergt zullen toekomen aan de Groep;
  • de pensioenvordering betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Ultimo 2018 zijn er voor de Groep geen pensioenverplichtingen. Er is wel een vordering op Zwitserleven waar de pensioenregeling is ondergebracht. In geval van een onderdekking heeft DELA de keuze om het beleggingsmandaat actief in stand te houden door een additionele garantiestorting te doen. Wanneer er geen sprake meer is van onderdekking vloeit de vordering weer terug naar DELA.

In de grondslagen voor de jaarrekening ten aanzien van pensioenverplichtingen wordt geen voorziening opgenomen voor verplichtingen jegens werknemers gerelateerd aan toekomstige salarisstijgingen et cetera. Op basis van een IAS19 berekening heeft dit een impact op de waardering voor solvabiliteitsdoeleinde van € 13,5 miljoen.

Voorzieningen niet zijnde technische voorzieningen staan niet onder reële waarde, maar gezien de geringe omvang is hier geen correctie naar solvabiliteitsdoeleinde opgenomen. De afwijking in waardering tussen de Solvency-II balans en de jaarrekening betreft de re-classificatie van de deelnemingen met een negatieve waarde van de rubriek deelnemingen naar de rubriek voorzieningen niet zijnde technische voorzieningen.

Voorziening jubilea
De voorziening jubilea wordt opgenomen voor verwachte lasten gedurende het dienstverband. De gehanteerde actuariële methode staat bekend als Projected Unit Credit-methode. Hierbij wordt rekening gehouden met toekomstige salarisstijgingen, overlevings- en arbeidsongeschiktheidskansen en dergelijke. Als lange termijn beleggingsrendement is 1,9% (2017: 1,8%) aangehouden, voor de algemene salarisstijging 2,0% (2017: 2,0%) en voor de indexatie inactieven 1,0% (2017: 1,0%) per jaar. De AG Generatietafel 2016 en de WIA/IVA-ervaringscijfers zijn toegepast. De aldus berekende verplichting is contant gemaakt tegen 1,6% ultimo 2018 (2017: 1,5%).

Voorzieningen niet zijnde technische voorzieningen
De overige voorzieningen (zoals voorziening voor nog niet definitief toegekende winstdeling) worden opgenomen tegen nominale waarde.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
De aanvulling aan de pensioenvoorziening op basis van de IAS19 berekening is niet in de jaarrekening opgenomen.

D.3.2. Depots van herverzekeraars

De depots hebben een looptijd van langer dan 1 jaar en worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de winst-en-verliesrekening als interestlast verwerkt.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
Voor deze rubriek is geen afwijking van waardering tussen solvabiliteitsdoeleinde en de jaarrekening

D.3.3. Uitgestelde belastingverplichtingen

Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de waarderingsgrondslagen die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. Deze hebben voornamelijk betrekking op de fiscaal afwijkende waardering van onroerende zaken, geldleningen en effecten. De berekening van de latente belastingverplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld.

In Nederland wordt het nominale tarief verlaagd van 25,0% in 2018 en 2019 naar 22,55% in 2020 en 20,5% in 2021. In België wordt het nominale tarief verlaagd van 29,58% in 2018 en 2019 naar 25% vanaf 2020. Bij het bepalen van de voorziening is rekening gehouden met de effecten van de nieuwe tarieven. In Duitsland wordt rekening gehouden met het geldende nominale tarief van 30%.

Latente belastingen worden verantwoord voor tijdelijke verschillen, tenzij de Groep in staat is het tijdstip van afloop van het tijdelijke verschil te bepalen en het niet waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de voorzienbare toekomst zal aflopen.

De uitgestelde belastingverplichting ter grootte van € 370,4 miljoen bestaat uit de volgende posten: € 191,0 miljoen technische voorziening op de verzekeringsportefeuille, € 160,0 miljoen op beleggingen en € 14,4 miljoen op de fiscale activering van acquisitiekosten en € 5,0 miljoen voor vastgoed in eigen gebruik.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
Het verschil ad € 188,3 miljoen wordt verklaard door afwijkende waarderingsgrondslagen van de technische voorziening van de verzekeringsportefeuille (€ 191,0 miljoen) en verhoging van de waarde van de hypothekenportefeuille (€ 5,8 miljoen). Daar tegenover staat een afwaardering van immateriële vaste activa wat tot een vrijval leidt van € 7,7 miljoen van de uitgestelde belastingen en een vrijval van € 0,8 miljoen door andere waardering van vastgoed eigen gebruik.

D.3.4 Overige verplichtingen

Langlopende schulden hebben een looptijd van langer dan één jaar en worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde, welke bij aanvang gelijk is aan de geamortiseerde kostprijs. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden, worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Indien er geen sprake is van (dis)agio is deze gelijk aan de nominale waarde.

Kortlopende Schulden en overlopende passiva worden op dezelfde manier gewaardeerd als langlopende schulden, echter hebben deze een looptijd van korter dan 1 jaar.

De reële waarde van de verplichtingen benadert de boekwaarde.

In ‘voorzieningen, niet zijnde technische voorzieningen’ zijn de waardes van deelnemingen opgenomen die na eliminaties een negatieve waarde hebben.

Voor operationele leaseverplichtingen wordt verwezen naar de inleiding bij D.

Afwijkende waardering in de jaarrekening
Voor deze rubriek is geen afwijking van waardering tussen solvabiliteitsdoeleinde en de jaarrekening, anders dan de hierboven genoemde waarde van deelnemingen.

D.4. Alternatieve waarderingsmethoden

DELA past geen alternatieve methodes toe voor de waardering.

D.5. Overige materiële informatie

Er is geen overige materiële informatie van toepassing voor DELA Coöperatie.